Archief voor september, 2015

On writing 5: het probleem is passiviteit

Ik heb de afgelopen weken geworsteld met de wetenschap dat het verhaal van mijn belangrijkste personage niet interessant genoeg is, dat er iets ontbreekt. Het wordt steeds moeilijker om deze verhaallijn aan de gang te houden, om scenes te schrijven die iets extra’s brengen en het verhaal als geheel verder brengen. Mijn andere twee personages hebben daar geen moeite mee – bij hen heb ik juist moeite om ze ervan te weerhouden de zaak helemaal over te nemen.

Nu heb ik de afgelopen dagen een grondige analyse gemaakt en ben ik al op een alternatief plot gekomen dat niet teveel deining veroorzaakt en dit weerbarstige meer diepte geeft. Maar nog bleef ik het gevoel houden dat er iets ontbrak, iets wezenlijks, iets dat ervoor zorgt dat zij (het is een vrouw) de ster wordt van het boek. En ik kwam er maar niet achter wat.

Tot ik een van Brandon Sandersons schrijflessen zag en hij me precies uitlegde wat het probleem was. Het probleem waar de meeste hoofdpersonages aan lijden is namelijk, in zijn woorden, dat ze “bland” zijn, kleurloos en een beetje saai. Dat wordt veroorzaakt omdat het centrale conflict van het verhaal om hen draait. Dientengevolge (een woord dat ik al heel lang eens in een stuk wil gebruiken) overkomt hen alles en reageren zij daar vervolgens op, net zolang tot het conflict is opgelost.

Hoofdpersonages – en geloof me, dit geldt voor alle genres – zijn dus reactief. En dat maakt hen in wezen passieve personages, die keurig in de pas moeten lopen omdat ze het plot dragen. Ze mogen dus niet onvoorspelbaar zijn. Bovendien schrijven alle schrijfcursussen voor dat alle keuzes van een hoofdpersoon voldoende gemotiveerd en dus zorgvuldig opgebouwd moeten zijn, waardoor elke verrassing er wel een beetje afgaat.

Wat je graag ziet is een hoofdpersoon die pro-actief is. Die initiatief neemt. Die een keertje met iets verrassends komt. Dit wil niet zeggen dat je opeens je keuzes niet meer hoeft te motiveren, dat is nog steeds van wezenlijk belang. In mijn geval betekende het dat ik in het karakter en de achtergrond van mijn personages wat meer extremen moest inbouwen en dan bedoel ik niet alleen de eigenschappen die ze moet hebben omdat het plot daar afhankelijk van is. Ik bedoel dan vooral in de eigenschappen die haar tot een interessant personage maken, die zorgen voor voldoende dynamiek (en niet te vergeten conflicten).

Kortom, ze moet niet alleen problemen oplossen, maar ook eens een keer besluiten problemen te maken. Daarom is Frodo saai en Ender niet.

Een schrijver is geneigd zijn belangrijkste personage veilig te maken, omdat dit betekent dat hij het verhaal altijd volkomen in de hand heeft. Maar dat levert vaak een tegengesteld resultaat op. Het is dus tijd om het juk der verantwoordelijkheid dat mijn arme hoofdpersoon de hele tijd gedragen heeft van haar schouders te halen en haar eens wat vaker de vrije teugel te geven.

 

 

 

Een reactie plaatsen

On writing 4: plotperikelen

Een van de redenen – eigenlijk, als ik eerlijk ben, de reden – dat mijn eerdere pogingen een roman te voltooien zijn mislukt is dat ik tijdens het schrijven me teveel bezighield met het overkoepelende plot. Dat hield concreet in dat ik voortdurend nieuwe dingen bedacht die het plot beter zouden maken (in mijn ogen) of spannender of wat dan ook. Dit is eigenlijk een slinks vermomde vorm van twijfel: is wat ik nu op dit moment schrijf wel goed genoeg?

En twijfel is fnuikend voor een schrijver (en dat zeg ik niet alleen omdat ik het zo leuk vind om het woord fnuikend op te schrijven). Het tast het zelfvertrouwen aan en dat leidt weer tot writers block. Mijn theorie over writers block is namelijk dat het een soort verlamming is die ontstaat als de schrijver te veel keuzes heeft.

Bij mij wel, in elk geval. Bovendien, jezelf voortdurend bedenken helpt bepaald niet om de flow van je verhaal te bewaren – voor je het weet ben je er niet meer zeker van wat je nu precies hebt gewijzigd allemaal en wat er dan allemaal nog herschreven moet worden.

Het is vooral op dit gebied dat ik de laatste jaren veel vorderingen heb gemaakt. De enige manier namelijk om een roman van 150.000 woorden of meer te schrijven is om regelmatig te schrijven en dus ook regelmatig te produceren. Doortypen dus tot die first draft af. Je kunt alleen de discipline opbrengen om elke avond te schrijven als je niet afgeleid wordt door randzaken en je weet wat je die avond moet gaan schrijven. Als het enige waar je jezelf op hoeft te concentreren die 1500 woorden zijn die gepland staan en dat je niet terug en ook niet vooruit hoeft te kijken. Dat geeft rust en vertrouwen.

Ik hanteer daarbij een clean below the cursor strategie. Als ik ’s avond de laptop openklap heb links het document met de geplande narratief en rechts een document met de lopende tekst, waarbij de cursor naast het laatste woord staat dat ik de vorige keer heb getypt en dat alles daaronder dus leeg is. Zodat niet kan afleiden van het hoofddoel: woorden produceren. Het is me niet toegestaan tijdens zo’n sessie om het overkoepelende plot te bekijken of eerdere hoofdstukken terug te lezen.

Dat betekent dus dat ik vooraf al een plot heb geschreven en ook de spanningsboog al heb uitgewerkt. Ik weet hoe boek 1 gaat lopen en ik weet hoe boek 2 gaat lopen. Ik weet wat de belangrijkste gebeurtenissen zijn en wanneer ze gebeuren. Ik ken de ontwikkeling van de personages over de twee boeken. En ik werk voor ik begin de narratief van minimaal 5 hoofdstukken gedetailleerd uit op hoofdpunten: wat gebeurt er met wie en waarom. Tijdens het schrijven werk ik dus feitelijk mijn eerder bedachte narratief uit.

Voor mensen die nu meteen gaan roepen dat ze er dan niets aan vinden omdat ze de vrijheid willen hebben om niet te weten wat er gebeurt, dat zal best een aardig boek opleveren, maar ik denk dat met een betere voorbereiding het boek nog beter wordt. Bovendien is mijn ervaring dat als ik de narratief en de motivatie al heb staan vooraf, ik al mijn aandacht kan wijden aan de details: diepte van de personages, world building, dynamiek van de dialogen.

Een groot deel van de spanning tijdens het schrijven – en daarmee het oponthoud – ontstaat namelijk als je niet weet water twee alinea’s verder moet gebeuren. Je moet dan niet alleen ter plekke verzinnen wat er gebeurt, maar ook de samenhang daarvan met de rest van het verhaal, motivatie, plotlogica en zo meer van die dingen.

Wat ik vooraf vastleg is wat ik zelf wel de logische plotopbouw noem. Wat gebeurt er wanneer en waarom? Die logica is cruciaal voor een geloofwaardig plot en kun je niet overlaten aan het moment. Dit is het skelet waar je later naar eigen smaak een lichaam omheen kunt boetseren.

Dat het skelet er is geeft mij rust en vertrouwen. Het geeft mij de vrijheid om de personages te laten doen wat ze doen binnen de kaders die ik heb vastgelegd. En dat betekent natuurlijk niet dat het plot niet op plaatsen gewijzigd kan worden als je al schrijvende op een idee komt. Ik word nog regelmatig verrast door mijn personages, wat niet zelden leidt tot een herziening van het plot op microniveau – het macroplot (het skelet) blijft staan, maar de narratief die ik vooraf voor een bepaald aantal hoofdstukken heb uitgewerkt moet soms geheel worden herschreven. Je kunt nu eenmaal niet alles overzien.

En elke scene heeft een geheel eigen logica die gehoorzaamd moet worden. Om een voorbeeld te noemen, gisteren schreef ik een scene die in  de narratief aangeduid stond met

“<personage a> krijgt woorden met <personage b>. B ontkent er iets van te weten, maar A heeft de indruk dat de ander liegt.”

Tijdens het schrijven bleek dat de persoonlijkheden van beide personages zoals ik ze tot dan toe had ontwikkeld onherroepelijk op een ruzie aanstuurden. Elke andere uitkomst zou ongeloofwaardig zijn geweest. Het gesprek liep dusdanig uit de hand dat ik de rest van wat ik gepland had voor die hoofdpersoon in het onderhanden hoofdstuk en de hoofdstukken erna moest schrappen en de hele narratief opnieuw moest opzetten.

Gelukkig heb ik de vrijheid om dergelijke dingen zonder veel moeite te doen omdat het grotere geheel gewoon blijft staan. Ik weet dat ik nooit meer dan een aantal hoofdstukken hoef te herzien (en meestal is de uitkomst niet zo dramatisch als gisteren) en dat het herzien zelf relatief eenvoudig is.

Een reactie plaatsen

%d bloggers liken dit: