Observaties over perspectief I

Het perspectief dat het meest wordt gebruikt binnen de fantasy (en de meeste andere genres) is derde persoon beperkt (“hij/zij”). Het heet beperkt omdat je een enkel persoon volgt en alleen van die persoon alle handelingen en gevoel meebeleeft en door zijn of haar ogen meekijken en meer niet. Dus geen observaties, opmerkingen, voorafschaduwingen of alles wat niet van die ene persoon kan komen.

In de meest pure vorm beleef je alles vanuit de hoofdpersoon en is alles een rechtstreekse observatie of een gedachte. In dat opzicht sluit het aan bij de eerste persoon (“ik”), die de meest directe band tussen lezer en personage creëert – er zit letterlijk niets tussen.

Maar om die directheid te krijgen, moet je zorgen dat je niet teveel afstand creëert en daardoor die directheid verliest die de lezer zo nauw met het personage verbindt. Het is iets waar ik ook voortdurend op moet blijven letten.

Doe je dit goed, dan biedt het meteen een aantal aanknopingspunten om je worldbuilding en beschrijvingen te verbeteren. Een paar observaties. Dit artikel is zeker geen volledige beschouwingen over derde persoon beperkt. Google het maar. Het is een weergave van mijn ervaringen, plus een aantal tips.

Gevoel

“Ze hoorde een zacht metalig geluid uit een van de zijstraten klinken. Ze voelde een koude sensatie over haar rug kruipen.”

Deze zin creëert een zekere afstand van het personage door het gebruik van “ze voelde”. Als je in beperkt derde schrijft, is dit niet nodig – er is immers maar 1 persoon vanuit wie de lezer het verhaal beleeft, dus is het onnodig om te zeggen wie wat voelt. Dus…

“Een zacht metalig geluid klonk uit een van de zijstraten en een koude sensatie kroop over haar rug.”

…is voldoende. Je ziet dat dit de ervaring veel directer maakt. Je kunt hier nog verder mee spelen op het moment dat je de spanning wilt opvoeren…

“Een zacht metalig uit een van de zijstraten. Een koude sensatie op haar rug.”

Actie

Dit geldt vooral voor lichamelijke sensaties zoals horen en voelen. Als het gaat om actie, dan is het natuurlijk wel noodzakelijk om aan te duiden wat de persoon doet…

“Ze liep door de smalle straat en versnelde haar pas zodra ze het plein had bereikt.”

Als je beide vormen combineert zie je dat je een hele directe en persoonlijke manier van schrijven gebruikt…

“Ze liep door de smalle straat en versnelde haar pas nadat ze het plein had overgestoken. Een zacht metalig geluid klonk uit een van de zijstraten en een koude sensatie kroop over haar rug.”

Gedachten

Voor de puristen moet elke gedachte in beperkt derde ook een echte gedachte zijn, dus iets dat het personage op een bepaald moment denkt. Daarmee wort het een soort monologue interieur…

“Een zachte sensatie kroop over haar rug. Het is niet ondenkbaar dat er iemand op haar stond te wachten, dacht ze.”

Of in de puurste vorm…

“Een zachte sensatie kroop over haar rug. Het is niet ondenkbaar dat er iemand op haar stond te wachten.”

Dit is op zichzelf prima te gebruiken. Maar in een lange roman, zeker bij fantasy, levert dat wat praktische problemen op. Om je personages diepte te geven, wil je als schrijver graag dat ze de lezer deelgenoot maakt van haar ideeën, gedachten en vermoedens. Maar het is vervelend voor de lezer om elke gedachte steeds maar weer als een monologue interieur te schrijven.

Daarom gebruiken de meeste schrijvers voor deze directe gedachten een wat indirectere vorm, die het makkelijk maakt om een vloeiende narratief te schrijven…

“Een zachte sensatie kroop over haar rug. Het was niet ondenkbaar dat iemand op haar stond te wachten.”

Aangezien er toch nooit onduidelijkheid kan bestaan over van wie deze vaststelling afkomt, hoef je het ook niet als een monologue interieur te schrijven.

Reflectie en worldbuilding

Een belangrijk element bij het creëren van een personage is reflectie, zoals ik hierboven al heb beschreven. Door te reflecteren op haar omgeving laat het personage aan de lezer zien hoe ze over de wereld denkt en wat ze voelt.

Reflectie is daarmee een absoluut onmisbaar wapen in het arsenaal van de schrijver, omdat het de wereld die hij bouwt persoonlijk maakt. Worldbuilding zonder reflectie is weinig meer dan onpersoonlijke beschrijving. Op het moment dat een personage reflecteert op hoe de wereld werkt, wordt het persoonlijk en daarmee ook voor de lezer invoelbaar.

Neem nu de volgende beschrijving…

“Ze passeerde de slavenmarkt. Hier werden de slaven op wankele houten podia en vastgeketend met dikke ijzeren ketenen tentoongesteld. In deze stad was slavenhandel heel gewoon, ondanks het feit dat vrijheid juist als het belangrijkste recht gold. Maar de macht van de scheepskapiteins en de misdaadsyndicaten die hier het meeste geld aan verdienden was groot genoeg om ervoor te zorgen dat de autoriteiten deze praktijk ongemoeid lieten.”

Hier wordt informatie op een directe, objectieve manier gegeven. De beschrijving bestaat uit twee delen, de directe observatie (Hier werden de slaven op wankele houten podia en vastgeketend met dikke ijzeren ketenen tentoongesteld) en de verdieping (In deze stad … lieten).

In het beperkt derde perspectief is het tweede deel eigenlijk niet toegestaan. Het is geen gedachte, geen actie, geen gevoel dat direct aan het hoofdpersonage is toe te schrijven. Bovendien is het informatie waar het personage al mee bekend is, dus is er geen reden voor haar om die op dat moment ook bewust te denken.

Hetzelfde geldt voor beschrijvingen van de omgeving, een goed middel voor elke auteur om de lezer meer van de omgeving te laten zien…

“Ze bereikte het plein. De huizen rond het plein waren gebouwd in de keizerlijke stijl, waarbij gebruik gemaakt was van het zwarte basalt dat uit de steengroeven in de bergen ten noorden van de stad kwam. De meeste huizen waren drie of vier verdiepingen hoog en getooid met de kenmerkende hoge puntdaken die bedekt was met helrode dakpannen. Hier woonde de elite van de stad, die de gevels van hun huizen tooiden met overdadige friezen en wapenschilden om hun rijkdom te uiten. Ze stak het plein over…”

Ook hier geldt dat er geen enkele goede reden is om deze beschrijving in te voegen. Het personage is zo goed bekend met de omgeving dat ze de huizen niet eens meer ziet als ze het plein oversteekt. Wil je als schrijver dit soort beschrijvingen relevant maken en dus voorkomen dat de lezer op den duur vermoeid raakt door allerlei beschrijvingen die door de tekst gemengd worden, dan moet je een aanleiding vinden om het persoonlijk te maken…

“Ze passeerde de slavenmarkt, waar de slaven op wankele houten podia en aan elkaar vastgeketend met ijzeren ketenen tentoongesteld werden. Het was moeilijk te begrijpen hoe een dergelijke praktijk in een stad waar vrijheid het hoogste goed was getolereerd werd. Het draaide zoals altijd om geld, het geld dat de misdaadsyndicaten en de scheepskapiteins in staat stelde om de politiek in hun macht te houden. Maar elke vorm van chantage werkte alleen maar als het slachtoffer het ook toestond. De stadsraad had de macht en de middelen om dit te weerstaan, maar duidelijk niet de wens en dit was onverdraaglijk.”

Goed, dit zou stilistisch nog wel wat scherper geformuleerd kunnen worden, maar het algemene effect is duidelijk. Hier wordt de informatie gegeven in een vorm die heel persoonlijk is. Hiermee sla je twee vliegen in een klap: de lezer krijgt de informatie en leert meer over het personage.

Maar het belangrijkste probleem blijft bestaan. Elke beschrijving moet relevant zijn voor het personage op dat moment in het verhaal. Zo niet, dan is het overbodig en moet je het weglaten. Maar dat maakt het er niet makkelijker op om alle informatie te geven over de wereld die je als schrijver moet geven, zeker bij fantasy.

Het is namelijk lang niet altijd mogelijk om een logische reden te vinden waarom een personage bepaalde noodzakelijk informatie moet communiceren. Dialoog kan daarbij helpen, maar dat wordt al snel geforceerd en moet spaarzaam gebruikt worden.

De enige oplossing is dus om vals te spelen. Soms moet je een beschrijving invoegen als het personage en de situatie er niet om vragen. Zorg er dan voor dat het persoonlijk is. En zorg er ook voor dat je er niet teveel achter elkaar zet. Het is altijd wel mogelijk om een beschrijving in het lopende verhaal te weven, door een manier te vinden de beschrijving alsnog relevant te maken…

“Ze betrad het plein. Het was duidelijk aan de rijkversierde gevels te zien dat hier het rijke deel van de wijk begon. De friezen en wapenschilden op de gevels hoorden toe aan rijke handelaren en diplomaten en het zwarte basalt waaruit de meeste huizen waren opgetrokken kwamen uit de steengroeven ten noorden van de stad en moesten een fortuin gekost hebben, net als de helrode dakpannen die de hoge puntdaken bedekten. Een dergelijk vertoon van rijkdom betekende ook dat de eigenaren hun bezit graag beschermden en er zouden dus regelmatig patrouilles door de wijk trekken die haar opdracht konden verstoren.”

Hier staat de beschrijving in dienst van de situatie. Het hoofdpersonage reflecteert op wat ze ziet en verbindt het meteen aan de reden waarom ze daar is. Als je maar voldoende in het hoofd van je personage kruipt, vind je altijd wel een manier om een beschrijving relevant te maken.

Strikt genomen zou je ook zonder kunnen…

“Ze stak het plein over. Hier begon het rijke deel van de stad, wat betekende dat er regelmatig patrouilles door de stad trokken die haar opdracht konden verstoren.”

Persoonlijk ga ik altijd voor de kortste optie. Ik beschrijf de omgeving pas als er echt een reden voor is en het verhaal niet zonder kan. Ik zou dus gaan voor de korte versie, vooral omdat de beschrijving van de huizen wel sfeer toevoegt, maar weinig met worldbuilding te maken heeft.

Behalve natuurlijk als je setting in culturele zin dusdanig afwijkt van wat de lezer redelijkerwijs kan verwachten dat het noodzakelijk wordt om af en toe extra details te geven. In mijn geval geef ik alleen een beschrijving in die gevallen waar de setting afwijkt van het laatmiddeleeuwse karakter dat mijn wereld in het algemeen heeft. Dat zijn dan niet toevallig die zaken die de stad en de wereld uniek maken.

Samenvattend

Wees karig met beschrijvingen van de omgeving en het geven van informatie. Als je het doet, zorg ervoor dat het relevant is voor het verhaal en dat het persoonlijk is, zodat het tegelijkertijd iets zegt over het personage.

“Ze sloeg een smalle zijstraat in. De huizen waren smal en hoog en leunden ver boven haar hoofd naar elkaar toe, zodat de straat in een permanente schemering gehuld was. Haar voeten gleden voortdurend uit over het mos dat op de stenen groeiden en het stonk er naar menselijk afval dat hier op straat werd gegooid. Het geknor van de varkens die de mensen hier hielden echode door de straat. Ze kwam hier niet graag, het deed haar denken aan de diepe armoede uit haar jeugd die ze eindelijk achter zich gelaten had. Een stad als Felswyck was gebouwd op ondernemingszin en rijkdom, zei men hier vaak, maar ze wist dat het juist andersom was: tegenover de enkeling die rijk werd stond een menigte aan armen die nauwelijks het hoofd boven water wisten te houden.”

Advertenties
  1. Een reactie plaatsen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: