Archief voor Categorie Discussie

Het Polare Probleem

Onlangs liet ProCures directeur Paul Dumas tijdens een inspiratiemiddag voor mensen uit het boekenvak zien hoe hij van plan is van boekhandelsketen Selexyz een succes te maken.

Het antwoord leek verdacht simpel: winkels op A-locaties, meer boeken in de winkel, de consument effectiever bedienen, beter samenwerken met uitgevers, versimpelen van de veel te ingewikkelde contracten, werken met prestatieafspraken.

Dat klinkt natuurlijk allemaal prachtig en hoopvol. Maar de nadruk lag tijdens Dumas’ presentatie vooral op de tandwielen van het boekenproces: marges en marketing en betalingstermijnen. Voor de consument was weinig aandacht. Lees de rest van dit artikel »

Een reactie plaatsen

Angst voor innovatie

Onlangs deed het Commissariaat van de Media uitspraak over een verzoek dat was ingediend door Rene Bego van Mo’Media. De vraag was of hij een app mocht aanbieden bij de 100%-stedengidsen die hij uitgeeft. Een logische vraag: stedengidsen en apps vormen een zeldzaam goede combinatie. Immers, de moderne tourist wandelt door de straten van een verre stad met de mobiele telefoon in de hand om maximaal gebruik te kunnen maken van alle ondersteunende informatie die geboden wordt door tientallen – of misschien wel honderden – apps. Een restaurant opzoeken, kaart erbij, recensies lezen en kiezen maar.

Nu heeft het Commissariaat geoordeeld dat een dergelijke app is toegestaan, mits het “een ondersteunende functie” heeft. In de ogen van het Commissariaat wil dit zeggen dat Mo’Media op de kaartjes die in de app staan geen informatie mag zetten over wat er zich op een bepaalde locatie bevind, maar met een paginanummer moet verwijzen naar waar in de papieren gids deze informatie gevonden kan worden.

Het is daarom niet verwonderlijk dat Rene Bego de app met al deze beperkingen veel te mager vindt.

Zoals Hans Bousie in zijn column in Boekblad hierover terecht opmerkt, had het Commissariaat de mogelijkheid om hier een uitspraak te doen die uitgevers nieuwe mogelijkheden geeft om digitale producten bij hun papieren boeken te verkopen of weg te geven. Ze hebben er echter voor gekozen zich aan de door zichzelf opgelegde meest strikte interpretatie van de wet op de vaste boekenprijs te houden.

Het lijkt erop dat het Commissariaat de mening van het gros van het boekenvak deelt: elke vorm van digitaal is per definitie slecht voor de verkoop van het papieren boek en moet dus zo veel mogelijk aan banden worden gelegd.

Hier spreekt een onderliggende angst uit die heel bekend is uit de beschikbare managementliteratuur over innovatie. De voornaamste angst is dat het oude en vertrouwde uiteindelijk geheel zal verdwijnen en daarmee het bestaansrecht van het bedrijf zal ondermijnen.

En natuurlijk, innovatie heeft altijd een risico – maar dat is inherent aan het ondernemerschap. En goed ondernemerschap betekent dat je meegroeit met de markt, omdat je anders onherroepelijk gemarginaliseerd zal worden en uiteindelijk ten onder zult gaan. Door het oude te omarmen en het nieuwe rigorous buiten te sluiten, geeft het Commissariaat de boodschap aan het boekenvak dat de toekomst ons niets te bieden heeft. Met deze uitspraak heeft het Commissariaat dus haar ondersteunende functie van het boekenvak verloren.

Als het Commissariaat nu had besloten om de term “ondersteunende functie” die de wet voorschrijft voor digitale producten die zonder sancties met een boek verkocht mogen worden dusdanig ruim te interpreteren dat e-boeken en apps daar automatisch ondervallen, dan had het een belangrijke prikkel kunnen geven aan het digitale innoveren van het boekenvak.

Want dan wordt de uitgever de vrijheid geboden nieuwe digitale producten te ontwikkelen en die samen met het papieren boek in te zetten om aan de groeiende behoefte van de consument voor digitale producten tegemoet te komen en tegelijk genoeg voordeel te kunnen geven om zowel oude als nieuwe consumenten aan te trekken. Op deze manier creëer je namelijk een nieuwe markt: met nieuwe producten en aantrekkelijke prijzen.

Natuurlijk is dat een risico – maar het zou een weloverwogen risico zijn, waarbij er (nog) niet getornd hoeft te worden aan de vaste boekenprijs en het papieren boek dus nog steeds een beschermde status geniet. De boekhandel hoeft dus niet bang te zijn dat er zodanig met het papieren boek, nog altijd de pilaar waarop het boekenvak rust, gestunt kan worden dat ze door de grote mediaketens uit de markt gedrukt worden.

Daarnaast biedt het een voordeel aan elke uitgever die het risico neemt de digitale markt te betreden. Dit heeft twee belangrijke consequenties: op de eerste plaats brengt het de onderlinge concurrentie tussen uitgevers weer op gang en zal daardoor een welcome stimulans zijn voor de digitale innovatie, die nog steeds niet echt op gang gekomen is in Nederland. En omdat er zo een afzetmarkt gecreëerd wordt waardoor uitgevers in elk geval de hoop kunnen koesteren dat hun investeringen terugverdiend gaan worden, zullen er vanzelf nieuwe, interessante vormen van lezen ontstaan die uiteindelijk ook nieuwe lezers zal aantrekken.

Laten we hopen date r meer ondernemers zijn zoals Rene Bego die het Commissariaat uiteindelijk de kans zullen geven op hun beslissing terug te willen komen.

(Verschijnt als column op http://www.inct.nl)

Een reactie plaatsen

Why students are slow to adopt digital

Only 11% of students buy e-textbooks, according to market research firm Student Monitor. It makes for some interesting reading, which suggest there’s still a ways to go to get students fully digital. The 10 most important reasons:

  1. Availability: not all books they need are available and students typically take an all-or-nothing approach, which means they like to buy everything at once and at the same time;
  2. Cost: e-textbooks prices are still relatively high and combined with the starting cost of buying a device it’s still rather pricy;
  3. Ownership: they can’t lend or sell e-books to others;
  4. Ease of use: note taking is still not advanced enough for most students;
  5. Storage:           most devices, especially at the low end of the market, offer a fairly limited storage and e-textbooks are usually rather heavy: few books on a device;
  6. Competition:   there are better online alternatives for getting information;
  7. Awareness:      most of today’s students grew up with print and are not just to digital;
  8. Experience:     studying from screen is different than from paper;
  9. Findability:      It’s still hard to find a lot of e-books (metadata);
  10. Expectations:   in general, students expect more usability and social integration.

, , , , ,

Een reactie plaatsen

Het boekenvak in crisis – een korte analyse

Hoewel ik naar een van de grootste uitgeverijen ter wereld vertrek, eentje met een omzet van 1,5 miljard euro, zeggen velen tegen me: wat jammer dat je het boekenvak gaat verlaten. Is onze wereld dan echt zo klein geworden dat “het boekenvak” staat voor de algemene uitgeverij en niets meer? Misschien ligt daar wel een van de oorzaken van de problemen waarin “het boekenvak” zich nu bevindt. vanaf nu moeten we maar afspreken dat we het over “het uitgeefvak” gaan spreken.

Het probleem is te complex om in een korte post geheel te analyseren en op te lossen, maar ik vond het de moeite waard mijn gedachten eens de vrije loop te laten. In de toekomst, als ik alleen nog van buiten naar het vak kijk, heb ik wellicht voldoende afstand voor een afgewogen analytisch en synergetisch oordeel…

Het boekenvak heeft altijd al op grote voet geleefd, in het vertrouwen dat het met de boekenmarkt altijd wel goed zal komen. 2009 was het eerste jaar sinds mensenheugenis dat de boekenmarkt zakte en het werd dan ook beschouwd als een uitzondering, terwijl aan de sterk afgenomen groei in de jaren daarvoor al was af te lezen dat het vak op een recessie afstevende. Als we daar ook de ontwikkelingen buiten de boekenmarkt zelf bij betrekken, dan is het achteraf gezien zo helder als glas dat we in een zware meerjarige crisis terecht zouden komen.

Ontlezing, de daling van de retailmarkt, de verschuivingen van winkelvloer naar website, de koopkrachtdaling en het afnemende consumentenvertrouwen, de verregaande digitalisering van de vrijetijdsindustrie (film, muziek), dat alles was al een hele tijd gaande. Toch ging de discussie de afgelopen jaren niet over de toekomst van het boekenvak, maar over de toekomst van het boek en het gevaar van het e-boek, terwijl het e-boek slechts een symptoom was van wat er aan de hand was en niet de veroorzaker ervan.

Je zou dus kunnen concluderen dat we onze ogen niet helemaal open hebben gehad, of dat we er niet de juiste conclusies hebben getrokken. Wat ik nu nog steeds regelmatig tegenkom is de zinsnede “het is wel duidelijk dat er dringend iets moet gebeuren”. Wat er had moeten staan is: “het is wel duidelijk dat er allang wat gebeurd had moeten zijn”.

We zijn niet gewend aan tegenwind. Het feit dat er zo veel uitgeverijen zijn die de eerste wet van het ondernemen, Gij Zult Altijd Uw Risico Dekken (in dit geval: Uw Voorraad Verzekeren), niet kenden of zijn vergeten vind ik zorgwekkend. Het afdekken van de risico’s is iets wat geen enkel bedrijf kan en mag verwaarlozen. Het is simpelweg, en dat klinkt hard maar het is waar, slechte bedrijfsvoering, zeker als je bedenkt dat sinds 2008 al bekend was dat de kredietverzekeraars Libridis te riskant vonden om de voorraden nog langer te verzekeren (Bron: Boekblad). Toch werken er genoeg slimme mensen in het boekenvak. Hoe kan dat dan toch gebeuren, vier jaar nadat de eerste ernstige signalen over Libridis naar buiten kwamen?

We hebben dat over onszelf afgeroepen. We zijn in slaap gesust en hebben aangenomen dat alles wel goed zal komen – anders kan ik het niet verklaren. We zijn gewend om naar onze brancheorganisaties te kijken voor richtlijnen en oplossingen, terwijl het nut van dergelijke organisaties gewoonlijk ligt in de politieke lobby en niet op het gebied van de bedrijfsvoering. Te veel van onze aandacht is uitgegaan naar het zoeken naar een consensus tussen marktpartijen die van oudsher met elkaar aan tafel zitten, maar wiens belangen al lang niet meer parallel lopen, zoals de meest recente ontwikkelingen rondom digitaal lenen en het digitale platform hebben aangetoond.

Kortyom, we moeten weer voor onszelf gaan leren denken.

Digitaal uitgeven is in dat opzicht een goede indicatie van wat komen gaat, omdat het dwars staat op al onze conventies. Het is, om een voorbeeld te noemen, niet evident dat de traditionele boekhandel de ideale partner is om e-boeken te verkopen, of dat lenen per se alleen maar via de bibliotheek moet. Voor digitale producten bestaat geen vaste boekenprijs – er zijn dus ook geen regels die bewaakt hoeven te worden. En toch zijn we de afgelopen jaren krampachtig bezig geweest te proberen hier regels voor te vinden waar iedereen mee kon leven. Het heeft er in elk geval voor gezorgd dat de digitalisering veel slechte pers heeft gekregen, wat een verdere domper op de toch al langzame innovatie binnen het vak heeft gezet.

Zowel uitgeverij als boekhandel moeten weer als ondernemers gaan denken en moeten zich gaan realiseren dat we niet altijd alles “met elkaar” kunnen doen. In een crisis als deze vecht iedereen om te overleven en zijn we het aan onze auteurs en werknemers verplicht om alles te doen om overeind te blijven. Elke uitgeverij moet dus zijn eigen risico kunnen bepalen, of dat nu op het gebied van distributiekosten, marges of digitaal lenen betreft.

Velen van ons vinden dat agressief zakendoen niet bij het boekenvak hoort en dat we er in goed onderling overleg moeten blijven uitkomen, maar zij die niet vrolijk borrelend met het schip ten onder willen gaan moeten zich realiseren dat de Gouden Eeuw nu definitief voorbij is. Let wel, ik pleit niet voor onbeschofte toestanden. Ik pleit wel voor een zakelijker aanpak, waarbij er nog steeds ruimte is voor uitgeverij en boekhandel om elkaar te steunen, omdat beide partijen daar zakelijk voordeel uit halen.

Maar we moeten ook in staat zijn van mening te verschillen en accepteren dat we onze eigen weg moeten gaan. We moeten de discussie kunnen voeren zonder dat iedereen met een afwijkende mening wordt beschuldigd van ontrouw aan “het vak”. Het is voor iedereen een zware tijd en de houding “you’re either for us or against is” werkte al niet voor de VS, zoals het ons ook uiteindelijk nergens zal brengen behalve terug in de loopgraven van de inertie.

Wat moet een uitgeverij dan doen? In de eerste plaats, gewoon waar het altijd al goed in is geweest: het vinden van goede boeken, deze beter maken en ze aan het juiste publiek verkopen. Maar inmiddels komt daar een hoop meer bij kijken, omdat het uitgeeflandschap definitief is veranderd. Om te kunnen overleven moet een uitgeverij met iedereen kunnen werken die graag boeken wil verkopen, niet alleen de klassieke boekhandel. Het moet ook de lezers kunnen bereiken en met hen in gesprek gaan. Het moet boeken in alle vormen kunnen bieden op alle platforms, want als we ons op dit moment iets niet kunnen veroorloven is het omzet missen. Er moeten nieuwe producten verzonnen worden voor al die kanalen, nieuwe prijsstellingen, nieuwe marges onderhandeld…

Hiervoor is een hoop kennis voor nodig die we nu niet in huis hebben. Daar is ook een hoop moed voor nodig, de vrijheid om te kunnen experimenteren, de flexibiliteit om je aan te kunnen passen aan snel veranderende omstandigheden. Kortom, minder regels en overleg, meer ondernemingszin en innovatie.

We lopen het gevaar dat we ons in deze crisistijd terugtrekken achter onze oude muren, omdat we dan tenminste weten wat we kunnen verwachten. Voor mij staat dat gelijk aan op het dak klimmen en naar het langzaam stijgende water kijken, terwijl de fundamenten onder water langzaam worden weggespoeld. Als het water uiteindelijk is weggetrokken zal blijken dat het huis bij nader inzien niet meer te redden is omdat de basis onherstelbaar is beschadigd.

Voor de boekhandel is het niet veel anders. Een heldere blik op de kosten is noodzakelijk. Welke locatie is het meeste geschikt en hoe vervul je de buurtfunctie die zorgt dat je genoeg loyale klanten trekt om te kunnen overleven? Welke boeken moet je daarvoor in huis hebben? Welke acties kan je ondernemen om ze keer op keer naar je winkel te trekken? Wie is de beste digitale partner of kun je dat beter zelf doen? Moet ik me bij een keten aansluiten of juist niet? En elke uitgever die weet waar de klepel hangt zal deze boekhandelaar hier graag bij willen helpen. Vooral voor de boekhandel zal gelden dat elke zaak anders is en niet zonder schadelijke compromissen te vangen zal zijn in een algemeen model.

Het faillissement van Selexyz en Libridis heeft me in elk geval aan het denken gezet over de fundamenten waarop het algemene boekenvak is gebaseerd. De teloorgang van deze instituten toont aan dat het tijdperk van de alsmaar groeiende retailorganisaties waarbij overkoepelende managementstructuren zijn opgetuigd om boekhandels te voorzien van boeken en informatie wel voorbij is. Los van de vraag of hier sprake is geweest van mismanagement is het duidelijk dat de kosten om een dergelijke organisatie omhoog te houden simpelweg te hoog worden.

Als het boeken DNA systeem dat Libridis gebruikte zo handig was zoals een aantal boekhandelaren hebben getuigd, dan was het blijkbaar niet handig genoeg om het bedrijf en de aangesloten boekhandels een competitief voordeel te geven. En ook voor Selexyz gold dat de winkels op zichzelf niet slecht draaiden, maar dat het hoofdkantoor het geheel naar beneden sleurde door veel te hoge kosten en een investeringsbeleid dat uitging van ongelimiteerde groei. In deze tijd moet elk bedrijf zelf de beste voorwaarden voor succes kunnen verwezenlijken en dat kan dus niet van boven bepaald worden.

Het is een symptoom van een diepgaand probleem. In een dalende markt waarbij marges steeds verder onder druk komen te staan zijn de distributiekosten het eerste waar aan gesleuteld wordt – dat is zo in elke industrie. Zodra de toegevoegde waarde van een tussenhandel de extra kosten niet meer kan legitimeren, moeten de relaties tussen de partijen worden herzien en in de kosten worden gesneden en de bedrijfsvoering worden aangepast. En als dat niet kan, zullen deze kosten als een molensteen om de nek van de organisatie blijven hangen tot iedereen tenslotte onder de golven wordt meegesleurd.

Wellicht heeft Libris hiervoor het juiste recept gevonden, door een eigen digitale partner te zoeken, zoals Waterstones nu in zee is gegaan met Amazon. Het bedrijf lijkt er zeker niet minder door geworden en heeft zichzelf in elk geval verrijkt met een nieuw kanaal en heel veel nieuwe kennis. De toekomst zal het uitwijzen.

Wat de conclusie moet zijn is dat het boekenvak niet meer kan vertrouwen op de structuren van vroeger. Waar we altijd voetstoots zijn uitgegaan van een model waarbij we konden rekenen op gematigde groei elk jaar en waar we onze investering- en distributiemodellen op hebben aangepast, daar moeten we nu overstappen naar een nieuwe business model waarbij rekening gehouden wordt met een veranderlijke markt die dan weer daalt, dan weer stijgt. Zodra de huidige crisis is uitgewoed blijven dan de bedrijven over die zich daar het beste hebben kunnen aanpassen.

We hebben in het CB in elk een distributiepartner die een unieke positie inneemt en zeker niet te duur is (vergeleken met het buitenland). Nu het digitaal platform langzamerhand is veranderd van een soort gezamenlijk project naar een reeks aanvullende diensten die door CB kan worden beheerd, kunnen uitgeverij en boekhandel hun eigen wensen gemakkelijker gefaciliteerd krijgen.

Het enige dat hiervoor nodig is, is het verzelfstandigen van het Centraal Boekhuis. Want ook het proces van distributie en technische ondersteuning kan pas echt flexibel en marktgericht zijn als de driehoek boekhandel, uitgeverij en CB ook daadwerkelijk een marktgedreven verhouding wordt.

Dit zeg ik vooral omdat de snelheid waarmee we kunnen innoveren afhankelijk is van het tempo waarop nieuwe diensten kunnen worden ontwikkeld en geïmplementeerd en zodra deze discussie nog onderworpen is aan de oude consensusregels (namelijk, “we” moeten het er allemaal mee eens zijn voor het wordt uitgevoerd) ligt het tempo veel te laag.

We staan als vak op een keerpunt. We zijn simultaan getroffen door twee crises, die van de digitalisering en die van een bredere maatschappelijk-economische crisis. Daar komen we alleen uit door ons aan te passen aan de nieuwe omstandigheden en die vragen om snelheid en flexibiliteit van bedrijfsvoering en dat kan alleen als elk bedrijf – elke boekhandel en uitgeverij – zelf maximaal gebruik kan maken van de mogelijkheden die de markt biedt. Uiteindelijk zal het vak als geheel daar sterker van worden, omdat de individuele partijen sterker zullen worden.

Maar waar we vooral behoefte aan hebben zijn nieuwe ideeën. Een frisse wind. Nieuwe mensen dus, uit andere vakgebieden, vooral aan de top, die ons een nieuwe richting uit kunnen sturen.

, , , , , ,

2 reacties

Amazon en het Nieuwe Uitgeven

Tijdens mijn bezoek aan New York afgelopen week bezocht ik ook de burelen van de nieuwe uitgeeftak van Amazon, waar uitgevers Larry Kirschbaum en Julia Scheiffitz druk bezig zijn een uitgeef- en marketingteam uit de grond te stampen.

Met Amazon Publishing heeft Amazon een volwassen uitgeverij opgezet, met als doel ook boeken in print te gaan uitgeven. Er liepen al langere tijd digitale imprints waardoor Amazon zelf e-boeken kon uitgeven. De vraag was altijd wanneer en vooral hoe het de printmarkt zou benaderen.

Nu werd onlangs bekend dat Amazon een deal heeft gesloten met de gereputeerde Amerikaanse uitgever Houghton Mifflin Harcourt voor het drukken en distribueren van de Amazon titels. Dit stelt Amazon niet alleen in staat om gebruik te maken van een al bestaand netwerk van vertegenwoordigers, zodat ze zelf niet van voren af aan hoeven te beginnen, maar vermijdt het ook dat het de boekhandelaren niet verder tegen zich in het harnas jaagt door ze te dwingen boeken met het Amazon logo erop op voorraad te nemen. Technisch gesproken is het namelijk Houghton die de boeken publiceert – er wordt zelfs een stokoud imprint voor uit de kast gehaald en opgepoetst: New Harvest.

Het is een slimme move van het bedrijf uit Seattle. Het uitgeefteam in New York bestaat uit mensen met een goede reputatie in het uitgeefvak –  bedoeld om aan iedereen duidelijk te maken dat het Amazon ernst is, dat ze het serieus willen aanpakken. Het is niet alleen een geste richting de Amerikaanse uitgeefwereld, waar de anti-Amazon stemming inmiddels haast hysterische vormen aanneemt, zoals afgelopen week bleek op de digitale conferentie Digital Book World. Het is ook een gebaar naar de auteurs, om te laten zien dat hun werk door een goed en degelijk team zal worden behandeld.

En inmiddels heeft Amazon Publishing al behoorlijk wat wereldrechten weten te verwerven, waaronder een aantal van mijn auteurs (zoals Timothy Ferris). Want uiteindelijk weet Amazon waar het om draait in het nieuwe uitgeven: het verwerven van rechten. Amazon kan hiermee maximaal gebruik maken van het eigen platform. niet alleen hebben ze een enorm marktaandeel waar hun eigen boeken van kunnen profiteren, ze hoeven van de digitale verkoop van deze boeken ook nog eens geen cent af te staan. Dubbele winst dus. Zo verstevigt Amazon de positie in het uitgeeflandschap en ze verdienen er nog geld aan ook.

Heeft dit nog consequenties voor het Nederlandse uitgeeflandschap? Er wordt al druk gespeculeerd over wanneer Amazon de Nederrlandse markt zal betreden. En als ze het doen, zou het Amerikaanse model ook wel eens hier toegepast gaan worden. Het is voor Amazon een klein kunstje om een Nederlandse uitgever te zoeken om hun Nederlandse titels te verspreiden.

Hoe realistisch is dat? Laat ik deze vraag beantwoorden met een wedervraag: welke auteur zou niet zijn werk bij Amazon willen uitgeven en zo in een klap in print en digitaal door het grootste verkoopplatform in de wereld uitgegeven te worden? het zal dit jaar niet gebeuren – maar dat het zal gebeuren, lijkt me onoverkomelijk.

, , , , ,

Een reactie plaatsen

Zelfkennis is een noodzaak in het digitale debat: welke rol willen we spelen?

Het jaar 2011, dat het jaar van het e-boek zou worden, is in het boekenvak vooralsnog het jaar van de gesprekken geworden. Ikzelf mocht de laatste maanden veelvuldig aanschuiven bij bijeenkomsten die tot doel hadden om te komen tot een idee van wat we moeten doen, als industrie, om het digitale landschap een plaats in onze branche te geven.

Deze gesprekken zijn zinnig. Ze moeten gebeuren, ondanks het feit dat, zoals ik vaak hoor, dit het digitaliseringsproces enorm vertraagd. De kritiek snijdt wel hout. Voor een kleine industrie kent het boekenvak ongelooflijke hoeveelheid overlegorganen en vertegenwoordigende organisaties. Geen enkele andere industrie komt ook maar in de buurt. En het is tevens duidelijk: dit moet anders. Lees de rest van dit artikel »

, , , , , , ,

1 reactie

Het Nieuwe Uitgeven – een korte analyse

Ik heb altijd gedacht dat de plotse doorbraak van het e-boek in de Verenigde Staten te maken had met de introductie van de draadloze Kindle en het feit dat dit voor het eerst de echte cloud-ervaring voor boekenlezers met zich meebracht. Dit wil zeggen: voor het eerst kon je een boek bestellen EN LEZEN! vanaf elke plek en op elk gewenst moment.

In een recent gesprek met een vertegenwoordiger van Google werd ik echter geconfornteerd met een andere lezing van de feiten: hij vertelde dat de doorbraak van het e-boek in de VS weliswaar gefaciliteerd werd door de draadloze Kindle, maar pas plaats kon hebben toen Amazon ook e-boeken aanbood in andere formaten dan downloadbare bestanden ePubs. Lees de rest van dit artikel »

, , , , , , , , , ,

2 reacties

De toekomst van beveiliging op e-boeken: een voorstel

DRM, ofwel kopieerbeveiliging, is een van de hot topics in de discussie van e-boeken op dit moment, die vastgelopen lijkt te zijn in een loopgravenoorlog tussen de voorstanders en de tegenstanders.

Het argument van de voorstanders is helder: als je een e-boek niet beveiligd, geef je de piraterij vrij spel. Voor je het weet wordt er niet meer betaald voor e-boeken. En wie wil er nog betalen voor een papieren boek als het e-boek gratis te krijgen is?

Het punt van de tegenstanders is al even helder: een e-boek wordt zodanig beveiligd dat iemand die er eentje koopt het boek niet kan delen, uitlenen, doorverkopen of zelfs lezen op een apparaat naar keuze. Dit hindert de lezer zodanig in zijn of haar vrijheid dat hij of zij wel op zoek moet naar illegale content die vrij uitwisselbaar is. Lees de rest van dit artikel »

, , , , ,

11 reacties

De ondergang van het digitale tijdschrift – hoe digitaal uitgeven dwingt tot innoveren

Afgelopen week werd bekend dat de verkoop van tijdschriften voor de iPad sterk is gedaald. Bekende tijdschriften als Vanity Fair en Men’s Health hebben te maken met een sterke daling van het aantal verkochte nummers, tot meer dan 40% in het geval van Glamour. Zelfs de grote voorloper op dit gebied, Wired Magazine, zakte van een gemiddelde van 31.000 naar ongeveer 22.000 per maand.

En dat terwijl de iPad gezien werd als de grote redder van de kranten- en tijdschriftenindustrie. Op The Next Web stelt Alex Wilhelm dat dit nog steeds mogelijk is, maar dat er eerst een aantal dingen moeten veranderen:

  1. 1. de prijs moet substantieel lager zijn dan de gedrukte variant. De meeste lezers begrijpen best hoe het zit met de prijsstructuur van digitale producten en ze willen best betalen, maar alleen als ze voor digitaal een flinke korting krijgen.
  2. 2. De distributie van digitale tijdschriften is nog steeds een hoop gedoe. Als je voor al je favoriete tijdschriften een App moet bijhouden, die allemaal net even een andere manier van abonneren hebben, dan ben je daar veel tijd aan kwijt en is het niet echt overzichtelijk. Bovendien gaat het vaak mis. Dit betekent dat – met een prachtige Amerikaanse term die hiervoor gebruikt wordt – de “hassle factor” te hoog is geworden.

Wilhelms kritiek kun je naadloos op de wereld van het e-boek leggen: prijs en distributie zijn de grootste breekpunten voor de verdere opmars van het e-boek. Waarbij je voor de situatie in Nederland aan zou kunnen toevoegen: beschikbaarheid van titels, wat voor zowel het e-boek als het e-magazine en de e-paper nog erg, erg mager is.

Apple heeft het in elk geval begrepen. Het bedrijf werkt aan een dienst genaamd iNewsstand, wat een iBookstore voor tijdschriften en kranten zou moeten worden. Onlangs meldde Bloomberg al dat Apple in overleg was met uitgevers.

De reden voor de daling van verkochte digitale tijdschriften is niet moeilijk te vinden: de hype is voorbij. En nu de hype voorbij is willen mensen niet langer $4,99 betalen voor een digitale versie van Vanity Fair, terwijl de papieren versie voor abonnees voor $1 wordt aangeboden en mensen die al geabonneerd zijn op het blad geen extra korting krijgen op de digitale versie van een blad waar ze al voor betaald hebben.

Iedereen die zijn lezers met zo weinig respect behandelt, moet niet vreemd opkijken als ze hard weglopen.

We hebben de neiging om Amazon af te rekenen als een Grote Boze Ondernemer, maar je kan niet voorbijgaan aan het feit dat ze met de Kindle, met Whispernet, Read Anywhere en de Kindle Store, gecombineerd met de $9,90 voor een e-boek, de Amerikaanse e-boekenmarkt in een klap heeft opengebroken en zowel prijs- als distributieprobleem heeft opgelost.

Nu is de tijd aangebroken om het enthousiasme van vlak na de introductie van de iPad vast te houden en nieuwe manieren vinden om content te verkopen. iNewsstand zou een goede manier zijn, maar er zijn natuurlijk meerdere vormen denkbaar. Het belangrijkste is dat er een manier gevonden wordt om de lezers van dienst te zijn en om de trouwe lezers te belonen.

Inhoudelijk zijn veel van de iPadtijdschriften bovendien slappe kopieën van de papieren versie – een teleurgestelde gebruiker meldde op iTunes over Wired: this is not Wired, it’s tired. Uitgevers moeten de krachten van het medium leren gebruiken en iets maken wat past bij de gebruikers van een tablet.

Flipboard is een model dat heel goed bij de iPad past en wel eens een van de succesmodellen kan worden voor de kranten- en tijdschriftdistributie. Ikzelf lees bijvoorbeeld bladen als Wired en F@st Company alleen nog maar via Flipboard. In Nederland is eLinea, dat losjes op Flipboard is gebaseerd, een initiatief dat ik met interesse volg.

Dit vereist van de uitgevers wel een hele andere benadering van hun content dan ze tot nu toe gewend zijn: in plaats van een tijdschrift zien als een geheel, wordt het niet meer dan een verzameling losse artikelen, die in elke willekeurige volgorde gelezen kan worden en die ook nog eens los te koop gezet kunnen worden.

Denk eens aan de vrijheid voor zowel makers als lezers die dit model geeft: met dezelfde hoeveelheid artikelen kan ineens een oneindige hoeveelheid producten gemaakt worden, op elk gewenst moment, in elk gewenst format. De vergelijking met wat iTunes voor de cd heeft betekent dringt zich hier op: het heeft de muziekindustrie doen inzien dat niet langer de integrale cd, maar het losse nummer de hoeksteen is van het business model.

Het kost tijd, geld en moeite. Het is veel minder makkelijk dan gewoon je krant of tijdschrift integraal als een website of een app besschikbaar stellen. Maar het levert zo veel meer op.

En dat betekent ook dat het concept “boek” wellicht voor de digitale wereld herzien moet worden…

, , , , ,

9 reacties

De toegevoegde waarde van de uitgeverij in het digitale tijdperk

Er wordt de laatste tijd in de discussie over het digitale tijdperk veel gesproken over de toegevoegde waarde van de uitgeverij. De sleutel tot het digitale uitgeven, zo wordt gezegd, ligt in het vinden van de toegevoegde waarde.

Wat hiermee bedoeld wordt is eenvoudig: in een wereld waarin het publiceren van een boek, zowel papier als digitaal, zo makkelijk is geworden dat iedereen het kan en doet, moet de professionele uitgeverij een manier vinden om zich te onderscheiden van alle andere aanbieders.

Wat niet zo eenvoudig is, is het vinden van het antwoord op de vraag: hoe kan een uitgever zich onderscheiden van het gigantische aanbod van wat men ook wel “commodity content” noemt, boeken die door en voor het brede publiek geschreven zijn, kwalitatief vaak zeer tekortschieten, heel goedkoop tot gratis zijn.

Voordat die vraag kan worden beantwoord, moet eerst duidelijk worden wat de term toegevoegde waarde precies betekent, aangezien het vaak en in verschillende vormen wordt gebruikt. Wikipedia geeft de volgende definitie:

“Bedoeld wordt het verschil tussen de marktwaarde van productie en de daarvoor ingekochte grondstoffen. Het is dus gelijk aan de omzet minus de ingekochte goederen. De toegevoegde waarde drukt de essentie van produceren uit, namelijk het toevoegen van waarde aan een goed.”

Deze algemene economische betekenis kan in deze moderne tijden worden samengevat als de waardeverhoging die bij een product optreedt telkens als de grondstoffen verder worden verwerkt. Ofwel, het ligt voor de hand, het toevoegen van waarde aan een product of een dienst.

Bij een uitgeverij is de grondstof een boek, of het nu in manuscriptvorm, gedrukt exemplaar of op een bierviltje neergeklad idee door de uitgeefredactie wordt geselecteerd voor publicatie. Vervolgens kent een professionele uitgeverij een aantal stadia waarin telkens waarde wordt toegevoegd:

  1. De uitgeefredactie selecteert uit het massale aanbod die teksten die de juiste mix van kwaliteit en commercie bezitten;
  2. De bureauredactie laat vertalen en corrigeren, om een zo foutloze tekst uit te kunnen brengen;
  3. De productie verzorgt het zetwerk van tekst en illustraties, kiest papier en drukwijze om een kwalitatief hoogstaand product voor een zo laag mogelijke prijs te zorgen;
  4. De verkoopafdeling zorgt voor de distributie in Nederland en Vlaanderen;
  5. De marketingafdeling zorgt ervoor dat boek en auteur zo goed mogelijk onder de aandacht van pers, publiek en boekhandelaar wordt gebracht.

Het proces van idee tot boek dat hierboven in vogelvlucht wordt weergegeven vormt de zogeheten waardeketen van de uitgeverij. Het digitale tijdperk heeft op veel vlakken van deze keten gezorgd dat de uitgeverij geen onderscheid meer kan maken.

Omdat drukken nu voor iedereen goedkoop te doen is en online distributiekanalen ervoor zorgen dat boeken gemakkelijk buiten de boekhandel om bezorgd kunnen worden, zijn er twee aspecten overgebleven waarin de uitgeverij nog uit kan blinken: selectie en redactie, en marketing.

Met andere woorden, naarmate het aantal boeken en aanbieders scherp toeneemt, wordt het steeds belangrijker om je te onderscheiden met kwaliteit en aandacht.

Maar het digitale tijdperk heeft nog meer kansen voor de uitgeverij gecreëerd. De combinatie van mobiel lezen, online verkoopkanalen en digitale producten heeft er voor gezorgd dat steeds meer mensen op andere momenten en manieren willen lezen dan het traditionele op de bank, in bed of in de trein. Dit geeft de uitgeverij de volgende kansen om waarde toe te voegen:

  1. Redactie: het vinden van nieuwe content voor nieuwe leesmomenten, zoals romans voor de mobiele telefoon of korte verhalen voor in de pauze;
  2. Productie: het beheren van het digitale bestand en de expertise om een boek in elke gewenste vorm te produceren, als e-boek, als iBook, in aparte hoofdstukken, als PDF, Word of tekstbestand;
  3. Verkoop/productie: alle klanten, zowel lezers als boekhandelaren, kunnen voorzien van de juiste informatie over alle producten, zowel online als in persoon;
  4. Distributie: het vermogen om een digitaal product in elke gewenste vorm via elk gewenst kanaal te kunnen verspreiden: via een website, mobiel of pc, e-reader, iPhone, Android, Kindle, etc.
  5. Marketing: markt maken door het vinden van het juiste product voor de juiste lezer, door precies te weten wat de lezer wanneer en hoe wil lezen.

Hiermee worden lezer en content samengebracht door de uitgever. En hierin ligt, mijns inziens, in het digitale tijdperk de hoofdtaak van de algemene uitgeverij. Dat dit grote gevolgen heeft voor de organisatie van een uitgeverij ligt voor de hand, maar dat is wellicht iets voor een later bericht…

De aanzet wordt alvast gegeven door George Lossius, CEO of Publishing Technology,

, , , ,

3 reacties

%d bloggers liken dit: