On writing 1: dynamiek in dialoog

Zoals de meesten inmiddels wel weten, ik ben bezig met het schrijven van een fantasyroman voor uitgeverij Luitingh-Sijthoff. Ik loop nogal eens tegen zaken aan die wellicht interessant zijn voor andere schrijvers. Vandaar dat ik op deze plek regelmatig wat zal roepen over wat ik meemaak.

Verdorie, het lukt niet

Zelfs al ben je nog zo goed voorbereid, het komt voor dat het hoofdstuk waar je aan schrijft niet loopt. Je merkt het snel genoeg: het voelt aan alsof je letterlijk door stroop heen moet schrijven, de personages zijn weigerachtig, de dialoog wil maar niet vlotten en om de zoveel alinea’s weet je niet meer waar je naartoe moet.

Dit zijn momenten waarop je serieus ontmoedigd kunt raken. Het lijkt dan alsof het niet meer gaat. Het is juist in deze situaties belangrijk dat je tijdig de beslissing neemt om te stoppen met schrijven, het geschrevene op de afvalhoop gooit en het hoofdstuk opnieuw opzet.

Het probleem is waarschijnlijk (bij mij althans) dat de opbouw die je voor het hoofdstuk gekozen hebt niet de goede is.

Als het goed is heb je het verhaal opgedeeld en werk je toe naar een bepaald einde. Zelfs als je niet zo grondig bent in de voorbereiding als ik heb je als het goed is wel een ruw idee van wat je ongeveer op welke plaats wilt laten gebeuren en welke informatie je moet geven om het verhaal voort te stuwen.

Zelfs als je alles min of meer vooraf hebt uitgedacht is het altijd een verrassing wat er tijdens het daadwerkelijke schrijven precies gaat gebeuren. Het gaat altijd anders dan je bedacht hebt, omdat het creatieve proces zich voor een deel onbewust afspeelt. met andere woorden, je personages gaan aan de haal met het verhaal.

Dat wordt deels veroorzaakt omdat je de personages zo goed kent dat het bepalen hoe ze zich gedragen en wat ze zeggen op een gegeven moment vrijwel automatisch gaat, zodra de context helder genoeg omschreven is en je weet waar je naartoe moet schrijven.

Als dat schrijven dan niet automatisch gaat, ligt het probleem bij (a) dat de context niet helder is en/of niet klopt of (b) je hebt onvoldoende gekeken naar waar je naartoe moet, ofwel, wat er precies in het hoofdstuk moet gebeuren.

Wat er in een hoofdstuk kan gebeuren bestaat uit meerdere elementen:

  • actie
  • expositie
  • interior dialogue
  • dialoog

Daarvoor moet je weten:

  • locatie(s)
  • personage(s)

En natuurlijk:

  • het tijdsverloop
  • afwisseling tussen verdichting en real time (ofwel inzoomen en uitzoomen)

Verdichting is het samenvatten van gebeurtenissen om een bepaalde tijdspanne te overbruggen. In Echte Tijd zoom je in op een bepaalde gebeurtenis die je in zijn geheel beschrijft van begin tot einde in chronologische volgorde. Een hoofdstuk is meestal een mix van beide – hoe die mix eruit ziet hangt af van het soort verhaal en de stijl van de auteur.

Spelen met de verhouding tussen die twee stelt je in staat het tempo van het verhaal op te voeren of juist wat te drukken, al naar gelang je wensen op dat moment. Het is onmogelijk alles in Echte Tijd weer te geven (al komen sommige auteurs dichtbij), zeker in fantasy, dat een hoge informatiedichtheid kent.

De problemen met opbouw en tempo doen zich meestal voor in de stukken echte tijd, dat voor een groot deel uit dialogen bestaat. Het is lastig om een goede dialoog te schrijven, helemaal als je ook nog een hoeveelheid informatie in de dialoog moet verwerken omdat het plot daarom vraagt.

Dialoog is een van de beste manieren om plotinformatie en world building in te vervatten, omdat de personages het persoonlijk maken en dus relevant. Het grote probleem is: hoe creëer ik de juiste context waarin ik op een natuurlijke wijze bepaalde informatie in een dialoog kan verwerken?

Om weer terug te komen op mijn oorspronkelijke probleem, ik bleef hangen in een scene die zich in echte tijd afspeelde. Het gesprek tussen mijn personages liep keer op keer vast. Wat te doen?

Het probleem is op te lossen door naar twee aspecten van een hoofdstuk of een scene te kijken:

Je hebt je personages op de verkeerde plek geplaatst

Bedenk dat de locatie bepalend is voor de sfeer en het verloop van de scenes die je wilt schrijven, zeker bij het verlevendigen van dialoog. Nachtscenes zijn sfeervol, maar leveren weinig mogelijkheid tot het geven van visuele informatie. Personages zien elkaar gezichtsuitdrukking en lichaamstaal ook niet, waardoor dialogen minder emotionele lading kunnen meekrijgen.

In mijn geval was de locatie die ik aanvankelijk gekozen had de kamer waar de hoofdpersoon woont, samen met een ander personage waar ze veel mee samen werkt. Dat bleek een foute beslissing. Er was geen uitzicht naar buiten en de dialoog bleef daardoor steriel en ik vond geen goede aangrijpingspunten om de informatie die ik wilde delen naar voren te brengen.

Vaak is het namelijk het beste als je hooks uit de omgeving gebruikt om bepaalde zaken aan de orde te stellen, zodat je dialoog niet uit de lucht komt vallen. In dit geval vond ik geen natuurlijke manier waarop het onderwerp wat ik aan de orde wilde stellen in de dialoog te vlechten, behalve door gebruik te maken van de oplossing “trouwens, wist je dat…” en dat is vrijwel altijd een slecht idee.

De oplossing was in dit geval de scene te verplaatsen naar een café waar ik de hoofdpersoon aan het ontbijt zette, aan een tafel bij het raam zodat ze naar buiten kon kijken. Dat betekende dat er voldoende aanknopingspunten waren om in een dialoog te vlechten (wat er op straat gebeurt, de gasten in het café, de waard die eten en drinken komt brengen).

Je hebt het verkeerde personages gekozen

Soms kom je erachter dat de personages waar je een scene omheen hebt gebouwd onvoldoende gelegenheid bieden om te zeggen wat je wilt zeggen. Bedenk dat personages met hun achtergrond, motivatie en gedrag in hoge mate bepalend zijn voor hoe een scene zich ontwikkeld. Ze moeten voldoende kennis bezitten over het odnerwerp dat centraal staat in een scene.

In dit geval kwam ik een personage te kort. Nadat ik de locatie had gewijzigd in een café tijdens het ontbijt voegde ik een bepaald personage toe, zodat ik voldoende dynamiek in de scene had om deze te sturen in de richting die ik wilde.

Dynamiek is belangrijk, vooral in scenes met veel dialoog waarin veel informatie wordt gegeven. Je wil de lezer niet het gevoel geven dat je het hoofdstuk gebruikt om een lading info te dumpen. Je moet dus zorgvuldig nadenken over het onderwerp van gesprek en over een zo natuurlijk verloop van het gesprek, waarbij de elzer nooit het idee krijgt dat de schrijver door het personage spreekt. Wat ze zeggen moet passen bij hun persoonlijkheid, hun achtergrondkennis en de manier waarop ze zich normaal gesproken gedragen.

De oplossing was in dit geval een verandering van locatie en het toevoegen van een derde personage. Daarbij liet ik de scene beginnen met de hoofdpersoon die wat zag gebeuren op straat, zodat ze al wat had over na te denken. Dit gebruikte ik als inleiding op het onderwerp dat wat later aan de orde kwam toen de twee andere personages het café binnenkwamen.

Dynamiek creëren

Dit “binnenkomen” wat ik hierboven beschrijf zorgde voor de dynamiek die ik nodig had. De twee bijpersonages kwamen ergens vandaan en hadden wat meegemaakt waar ze over wilde praten. Om technisch te worden, door ze samen te plaatsen ontstonden er verschillende relaties waarmee je in het gesprek kunt werken:

  • De relatie van de hoofdpersoon tot de twee die binnenkomen
  • De relatie van elke van de twee binnenkomende personen met de hoofdpersoon
  • De relatie tussen de twee binnenkomende personen

Dit zorgt ervoor dat je personages op verschillende niveaus op elkaar kunnen reageren, zodat je de hele dialoog en alles wat eromheen gebeurt een zekere emotionele lading kunt geven:

  • de een is boos op de een en teleurgesteld in de ander
  • nummer twee is verlegen, is liever ergens anders en vertoont ontwijkend gedrag
  • nummer drie wil informatie en speelt de andere twee tegen elkaar uit

Als je dit vergelijkt met de situatie die ik aanvankelijk had gekozen (twee personages die stil zitten in een kamer zonder uitzicht) is het duidelijk dat ik in de nieuwe situatie mezelf voldoende aangrijpingspunten biedt om een levendig hoofdstuk neer te zetten, waarbij ik niet alleen veel informatie kwijt kan, maar ook nog eens aan de ontwikkeling en verdieping van de personages kan werken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Een reactie plaatsen

Streaming – het moet allemaal anders. Maar hoe?

Een goed stuk in de Wall Street Journal over de gebreken van het streaming music model voor muzikanten. Ik kan het wel helemaal samenvatten, maar het is beter het in zijn geheel te lezen. Ik ben nooit een groot voorstander geweest van het streaming model (of het Spotify voor <vul industrie in>), niet omdat het niet goed zou zijn voor de consument (want dat is het wel), maar omdat het voor zowel de uitgevers als de artiesten/schrijvers niet vol te houden is. Het artikel pleit voor onder meer een herziening van het copyright en dat ondersteun ik van harte. Maar net als met het auteursrecht hier in Nederland weet ik niet goed welke kant die herziening dan op zou moeten.

“For some time, performers a notch below Beyoncé and Taylor Swift have complained about the change in music delivery from CDs to downloads to streaming, today’s dominant system, as the progression has chipped away at their already-modest royalties. These gripes are legitimate, but even worse off is the nonperforming songwriter, who can’t go on the road and sell signed CDs and merch, and who takes home significantly lower royalties.

Desmond Child, the co-writer of Bon Jovi’s “Livin’ on a Prayer,” recently reported that the song had been played 6.5 million times on Pandora over three months, for which he had earned $110. There is also writer and performer Aloe Blacc, whose song “Wake Me Up” by Avicii “was the most streamed song in Spotify history and the 13th-most-played song on Pandora since its release in 2013, with more than 168 million streams in the U.S.,” as he wrote last year in Wired magazine. That yielded only $12,359 in Pandora domestic royalties, which were split among three songwriters and the publishers.

The entire U.S. system of music royalties is confusing, contradictory and inequitable, a monument to more than 100 years of haggling among creators, purveyors and users. To call it Byzantine maligns that great empire.

For one, a musical composition (“the publishing” in music-industry parlance) and its recording (“the master”) receive separate copyrights, with separate licensing systems. There are dramatically different rate-setting mechanisms: Broadcast radio pays royalties for the composition, but nothing for the recording. Digital media—Pandora and satellite radio, for instance—pay for both, but nobody pays for recordings made before 1972, which are not protected under federal copyright law. (They may soon carry a royalty in certain states, thanks to lawsuits filed by former members of the Turtles.) Hardly any music licenses are negotiated in the free market.

It has been 40 years since the last major overhaul to U.S. copyright law. Today’s technologies of music distribution bear no resemblance to those of the 1970s, and songwriters have borne the brunt of the ever-widening disconnect between law and reality.”

Zie verder de Wall Street Journal.

, ,

Een reactie plaatsen

Is zelf-lenen een bedreiging voor de bibliotheek?

Ik had mijn vorige blog nog niet verstuurd of via de Twitters (dank aan Frank Huysmans) bereikte mij nieuws van een prachtig initiatief dat zo eenvoudig en intuïtief lijkt dat ik me zit af te vragen waarom ik er zelf niet op ben gekomen. Peerbieb belooft de eerste peer-to-peer bibliotheek ter wereld te worden – ofwel, een dienst waarmee mensen bij elkaar boeken kunnen gaan lenen. Als idee natuurlijk niet nieuw, maar een prachtig initiatief.

Zei ik in mijn vorige blog al dat de zelf-uitgevers zijn gaan doen wat de uitgevers niet voor hen wilden en konden doen, hetzelfde lijkt nu ook met het uitlenen van boeken te gaan gebeuren. Het is interessant om te gaan zien welke vorm dit precies gaat krijgen, maar het laat zich raden dat dit wel eens negatieve gevolgen kan gaan hebben voor de bibliotheek – waarom lid worden als het gratis via het web kan? Tekenend is dan ook wat de mensen achter dit initiatief er zelf van zeggen:

Lees de rest van dit artikel »

, ,

Een reactie plaatsen

Waarom innoveert het boekenvak niet sneller?

Het is bijna acht jaar na de introductie van de Kindle en we hebben in de tijd die sinds dat belangrijke moment is verstreken een ware revolutie gezien in uitgeefland. Uitgevers zijn massaal hun boeken gaan digitaliseren, zijn begonnen de online wereld te ontdekken, hebben zich gewaagd aan apps – hebben, in het kort, veel geleerd.

Ook voor de consument is er behoorlijk wat veranderd. In plaats van alleen het papieren boek, zijn er nu talloze manieren beschikbaar om de inhoud van een boek tot je te nemen, zijn er talloze apparaten waarop je kunt lezen. Het lezen heeft zich geëmancipeerd: het is voor iedereen mogelijk te lezen waar, wanneer en hoe hij maar wil. En door de langzame prijserosie kunnen we hier nu ook aan toevoegen: tegen elke prijs.

Toch zijn we in Nederland, zeker in vergelijking met het buitenland, nog nauwelijks iets opgeschoten met de innovatie van het boek. Ik ga in onderstaande blog eens een blik werpen op wat hier nu de verklaring voor kan zijn.

Lees de rest van dit artikel »

, ,

Een reactie plaatsen

Giftige e-boekenberg bedreigt de markt

De e-boekenmarkt in de VS lijkt een plafond te hebben bereikt en zich te stabiliseren rond de 25%. De gemiddelde bestsellerprijs is ook al een tijd min of meer stabiel, rond de $8.  Maar het aantal beschikbare boeken blijft onverminderd stijgen en dit zorgt voor een nieuw probleem voor het e-boek (net nu we dachten dat we alles wisten). Dit is het effect dat Mike Shatzkin beschrijft als:

“Ever-growing supply and stable demand is a toxic formula for the prospects of each successive ebook published for that market.”

Het verschijnsel ontstaat nu – en ik zie het bij mezelf – dat mensen stapels ongelezen boeken op hun e-reader hebben staan en dat de impuls om meer te kopen nu langzaam afneemt. En intussen blijven er maar meer e-boeken bijkomen. En dat is niet goed voor de markt.

Lees de rest van dit artikel »

, , , , ,

Een reactie plaatsen

Het juiste moment voor digitale magazines?

Het is al een tijd mijn rotsvaste overtuiging dat kort werk de toekomst heeft in het digitale landschap. Niet dat e-boeken geen toekomst hebben. Maar een e-boek is een gedigitaliseerd boek en in dat opzicht gewoon een andere versie van het papieren boek. Maar digitaal lezen heeft een veel breder bereik dan alleen romanlezers – ik denk dat er een markt te ontdekken valt met werk van diverse lengtes en genres, geschikt voor elk toestel en elke gelegenheid.

Het kortverhaal lijkt in Nederland echter nog niet echt van de grond te komen. Bol heeft er inmiddels al wel een aparte categorie van gemaakt, maar er wordt nog nergens actief lezers voor geworven.

Misschien is een retailer niet de juiste partij om het korte werk populair te maken en moet ik mijn hoop vestigen op een ouwe trouwe, het digitale magazine. Na de teloorgang van The Daily in 2012 is er weinig van de grond gekomen (niet met een beetje schaal tenminste). Maar recent is Amazon gestart met Day One, een literair magazine. Oyster begon met The Oyster Review. En onlangs kwam ik ook The Cracked Eye tegen. Magazines met grote ambitie en voor alle platformen geschikt.

Cracked Eye biedt naast het standaard abonnement ook individuele stukken te koop aan, waardoor het een soort magazine-versie van Blendl en aanverwante journalistieke verkoopkanalen wordt.

Misschien is het magazine wel de juiste weg voor het korte verhaal – en het korte essay, de korte recensie, het korte watdanook.

 

 

 

, , , ,

Een reactie plaatsen

%d bloggers liken dit: