On writing 5: het probleem is passiviteit

Ik heb de afgelopen weken geworsteld met de wetenschap dat het verhaal van mijn belangrijkste personage niet interessant genoeg is, dat er iets ontbreekt. Het wordt steeds moeilijker om deze verhaallijn aan de gang te houden, om scenes te schrijven die iets extra’s brengen en het verhaal als geheel verder brengen. Mijn andere twee personages hebben daar geen moeite mee – bij hen heb ik juist moeite om ze ervan te weerhouden de zaak helemaal over te nemen.

Nu heb ik de afgelopen dagen een grondige analyse gemaakt en ben ik al op een alternatief plot gekomen dat niet teveel deining veroorzaakt en dit weerbarstige meer diepte geeft. Maar nog bleef ik het gevoel houden dat er iets ontbrak, iets wezenlijks, iets dat ervoor zorgt dat zij (het is een vrouw) de ster wordt van het boek. En ik kwam er maar niet achter wat.

Tot ik een van Brandon Sandersons schrijflessen zag en hij me precies uitlegde wat het probleem was. Het probleem waar de meeste hoofdpersonages aan lijden is namelijk, in zijn woorden, dat ze “bland” zijn, kleurloos en een beetje saai. Dat wordt veroorzaakt omdat het centrale conflict van het verhaal om hen draait. Dientengevolge (een woord dat ik al heel lang eens in een stuk wil gebruiken) overkomt hen alles en reageren zij daar vervolgens op, net zolang tot het conflict is opgelost.

Hoofdpersonages – en geloof me, dit geldt voor alle genres – zijn dus reactief. En dat maakt hen in wezen passieve personages, die keurig in de pas moeten lopen omdat ze het plot dragen. Ze mogen dus niet onvoorspelbaar zijn. Bovendien schrijven alle schrijfcursussen voor dat alle keuzes van een hoofdpersoon voldoende gemotiveerd en dus zorgvuldig opgebouwd moeten zijn, waardoor elke verrassing er wel een beetje afgaat.

Wat je graag ziet is een hoofdpersoon die pro-actief is. Die initiatief neemt. Die een keertje met iets verrassends komt. Dit wil niet zeggen dat je opeens je keuzes niet meer hoeft te motiveren, dat is nog steeds van wezenlijk belang. In mijn geval betekende het dat ik in het karakter en de achtergrond van mijn personages wat meer extremen moest inbouwen en dan bedoel ik niet alleen de eigenschappen die ze moet hebben omdat het plot daar afhankelijk van is. Ik bedoel dan vooral in de eigenschappen die haar tot een interessant personage maken, die zorgen voor voldoende dynamiek (en niet te vergeten conflicten).

Kortom, ze moet niet alleen problemen oplossen, maar ook eens een keer besluiten problemen te maken. Daarom is Frodo saai en Ender niet.

Een schrijver is geneigd zijn belangrijkste personage veilig te maken, omdat dit betekent dat hij het verhaal altijd volkomen in de hand heeft. Maar dat levert vaak een tegengesteld resultaat op. Het is dus tijd om het juk der verantwoordelijkheid dat mijn arme hoofdpersoon de hele tijd gedragen heeft van haar schouders te halen en haar eens wat vaker de vrije teugel te geven.

 

 

 

Een reactie plaatsen

On writing 4: plotperikelen

Een van de redenen – eigenlijk, als ik eerlijk ben, de reden – dat mijn eerdere pogingen een roman te voltooien zijn mislukt is dat ik tijdens het schrijven me teveel bezighield met het overkoepelende plot. Dat hield concreet in dat ik voortdurend nieuwe dingen bedacht die het plot beter zouden maken (in mijn ogen) of spannender of wat dan ook. Dit is eigenlijk een slinks vermomde vorm van twijfel: is wat ik nu op dit moment schrijf wel goed genoeg?

En twijfel is fnuikend voor een schrijver (en dat zeg ik niet alleen omdat ik het zo leuk vind om het woord fnuikend op te schrijven). Het tast het zelfvertrouwen aan en dat leidt weer tot writers block. Mijn theorie over writers block is namelijk dat het een soort verlamming is die ontstaat als de schrijver te veel keuzes heeft.

Bij mij wel, in elk geval. Bovendien, jezelf voortdurend bedenken helpt bepaald niet om de flow van je verhaal te bewaren – voor je het weet ben je er niet meer zeker van wat je nu precies hebt gewijzigd allemaal en wat er dan allemaal nog herschreven moet worden.

Het is vooral op dit gebied dat ik de laatste jaren veel vorderingen heb gemaakt. De enige manier namelijk om een roman van 150.000 woorden of meer te schrijven is om regelmatig te schrijven en dus ook regelmatig te produceren. Doortypen dus tot die first draft af. Je kunt alleen de discipline opbrengen om elke avond te schrijven als je niet afgeleid wordt door randzaken en je weet wat je die avond moet gaan schrijven. Als het enige waar je jezelf op hoeft te concentreren die 1500 woorden zijn die gepland staan en dat je niet terug en ook niet vooruit hoeft te kijken. Dat geeft rust en vertrouwen.

Ik hanteer daarbij een clean below the cursor strategie. Als ik ’s avond de laptop openklap heb links het document met de geplande narratief en rechts een document met de lopende tekst, waarbij de cursor naast het laatste woord staat dat ik de vorige keer heb getypt en dat alles daaronder dus leeg is. Zodat niet kan afleiden van het hoofddoel: woorden produceren. Het is me niet toegestaan tijdens zo’n sessie om het overkoepelende plot te bekijken of eerdere hoofdstukken terug te lezen.

Dat betekent dus dat ik vooraf al een plot heb geschreven en ook de spanningsboog al heb uitgewerkt. Ik weet hoe boek 1 gaat lopen en ik weet hoe boek 2 gaat lopen. Ik weet wat de belangrijkste gebeurtenissen zijn en wanneer ze gebeuren. Ik ken de ontwikkeling van de personages over de twee boeken. En ik werk voor ik begin de narratief van minimaal 5 hoofdstukken gedetailleerd uit op hoofdpunten: wat gebeurt er met wie en waarom. Tijdens het schrijven werk ik dus feitelijk mijn eerder bedachte narratief uit.

Voor mensen die nu meteen gaan roepen dat ze er dan niets aan vinden omdat ze de vrijheid willen hebben om niet te weten wat er gebeurt, dat zal best een aardig boek opleveren, maar ik denk dat met een betere voorbereiding het boek nog beter wordt. Bovendien is mijn ervaring dat als ik de narratief en de motivatie al heb staan vooraf, ik al mijn aandacht kan wijden aan de details: diepte van de personages, world building, dynamiek van de dialogen.

Een groot deel van de spanning tijdens het schrijven – en daarmee het oponthoud – ontstaat namelijk als je niet weet water twee alinea’s verder moet gebeuren. Je moet dan niet alleen ter plekke verzinnen wat er gebeurt, maar ook de samenhang daarvan met de rest van het verhaal, motivatie, plotlogica en zo meer van die dingen.

Wat ik vooraf vastleg is wat ik zelf wel de logische plotopbouw noem. Wat gebeurt er wanneer en waarom? Die logica is cruciaal voor een geloofwaardig plot en kun je niet overlaten aan het moment. Dit is het skelet waar je later naar eigen smaak een lichaam omheen kunt boetseren.

Dat het skelet er is geeft mij rust en vertrouwen. Het geeft mij de vrijheid om de personages te laten doen wat ze doen binnen de kaders die ik heb vastgelegd. En dat betekent natuurlijk niet dat het plot niet op plaatsen gewijzigd kan worden als je al schrijvende op een idee komt. Ik word nog regelmatig verrast door mijn personages, wat niet zelden leidt tot een herziening van het plot op microniveau – het macroplot (het skelet) blijft staan, maar de narratief die ik vooraf voor een bepaald aantal hoofdstukken heb uitgewerkt moet soms geheel worden herschreven. Je kunt nu eenmaal niet alles overzien.

En elke scene heeft een geheel eigen logica die gehoorzaamd moet worden. Om een voorbeeld te noemen, gisteren schreef ik een scene die in  de narratief aangeduid stond met

“<personage a> krijgt woorden met <personage b>. B ontkent er iets van te weten, maar A heeft de indruk dat de ander liegt.”

Tijdens het schrijven bleek dat de persoonlijkheden van beide personages zoals ik ze tot dan toe had ontwikkeld onherroepelijk op een ruzie aanstuurden. Elke andere uitkomst zou ongeloofwaardig zijn geweest. Het gesprek liep dusdanig uit de hand dat ik de rest van wat ik gepland had voor die hoofdpersoon in het onderhanden hoofdstuk en de hoofdstukken erna moest schrappen en de hele narratief opnieuw moest opzetten.

Gelukkig heb ik de vrijheid om dergelijke dingen zonder veel moeite te doen omdat het grotere geheel gewoon blijft staan. Ik weet dat ik nooit meer dan een aantal hoofdstukken hoef te herzien (en meestal is de uitkomst niet zo dramatisch als gisteren) en dat het herzien zelf relatief eenvoudig is.

Een reactie plaatsen

On writing 3: Blijf trouw aan jezelf

Een van de dingen waarvan ik het belang het afgelopen jaar nog scherper ben gaan zien is dat je als schrijver zo dicht mogelijk moet blijven bij wie je bent als schrijver. Ik heb jarenlang geprobeerd het soort fantasy te schrijven waarvan ik dacht dat ik het wilde schrijven – beïnvloed door andere schrijvers, door de markt, door de mening van andere schrijvers.

En ik kwam eigenlijk nooit ergens uit. Romans bleven halverwege steken. Verhalen schrijven was een oneindige wortelkanaalbehandeling. Steeds was er die gedachte “volgens mij is dit niet helemaal zoals het zou moeten zijn. Zoals het zou kunnen zijn.”

In mijn geval was het probleem altijd dat mijn stijl nogal de lengte in gaat.  Met andere woorden, ik heb veel woorden nodig om een goed verhaal op mijn manier te vertellen. Vandaar de marteling bij het schrijven van korte verhalen. Ik heb heel lang geprobeerd om korter en doeltreffender te schrijven. Anders te plotten. Maar lukken deed het nooit.

Tot ik uiteindelijk op het punt stond het schrijven maar aan te geven. En toen bedacht om het nog een keer te proberen, maar dan het verhaal te schrijven dat ik wilde schrijven op de manier waarop ik dat wilde schrijven. En als dan niemand het zou willen hebben – pech. Vanaf dat moment ging ik schrijven en herschrijven. Ik leerde mezelf niet om korter of anders te schrijven, maar om doeltreffender te schrijven.

Er is niets mis met lengte – zolang het maar de goede woorden zijn en niet de saaie. En geloof me, als ervaren fantasylezer heb ik heel. Veel. Saaie. Woorden. Gelezen. George R.R. Martin schrijft mooie lange verhalen. Brandon Sanderson ook. En wat hun werk onderscheidt is dat ze het verhaal en de wereld zodanig hebben uitgewerkt dat alle overbodige stukken eruit zijn gehaald. Geen onnodige expositie meer. Geen ellenlange verhandelingen over cultuur en geschiedenis. Wel diepte, prachtige personages, supervette actie. Ik las Steven Erickson en zag hoe hij zich boek na boek ontwikkelde en hoe zijn plotopbouw en spanningsbogen beter werden.

Kortom, ik ging geloven in wat een andere schrijver wiens naam ik me even niet herinner eens goed samenvatte: style is what you can’t help writing. Zodra je namelijk niet meer na hoeft te denken over hoe je iets op papier zet en je helemaal kunt richten op het wat, maak je geestelijke ruimte vrij om je eigen sterke punten sterk genoeg te maken om een goede roman te schrijven.

Recent tekende ik een contract voor twee boeken. Iets is er dus goed gegaan.

Let wel, dit is niet hetzelfde als niet willen samenwerken met een uitgever om je verhaal commerciëler te maken. Het betekent dat je precies weet wat je zelf wilt met je verhaal en dat je in staat bent binnen de grenzen van de redelijkheid met de uitgever te werken om het te maken zoals hij het wil. De keuze om naar een uitgever te gaan betekent namelijk dat je zegt: ik wil binnen jullie kaders uitgegeven worden.

Dat betekende dat ik afscheid moest nemen van een aantal zaken waaraan ik tijdens het schrijf- en herschrijfproces nogal gehecht was geraakt. De structuur moest anders. Het perspectief. Er moesten personages bij. Het plot werd aangepast. Het werd, kortom, een ander boek.

Het blijft echter het boek dat ik wil schrijven  op de manier waarop ik het wil schrijven. Sommige dingen heb ik niet willen aanpassen. Voor andere wijzigingen heb ik oplossingen gevonden die voldoen aan mijn eigen criteria, al zal de uitgever wellicht hier en daar fronsen. Maar uiteindelijk zal het door al deze wijzigingen een sterker boek worden – ook ik heb blinde vlekken waar ik op gewezen moest worden.

En misschien vertel ik nog wel eens wat ze zijn ook…

Een reactie plaatsen

On writing 2: magie en realisme

Het overkwam me gisteren toen ik diep, heel diep in een hoofdstuk zat. Het is een cruciaal hoofdstuk in het hele boek en het schrijven ervan ging als vanzelf – ik was aan het toewerken naar die scene die al vanaf het eerste begin in mijn hoofd zat. De scene die aanleiding is geweest voor de twee boeken die ik ga schrijven voor LS. De meeste schrijvers zullen dat wel herkennen.

Ik vloog dus over de toetsen tot ik ineens bleef haken na een bepaalde scene die me niet beviel. Als je aan het schrijven bent en zeker op de momenten dat het vanzelf lijkt te gaan loopt je bewustzijn een paar tellen achter op je vingers, dus het duurde even voor ik in de gaten had dat er iets niet klopte.

Het was eigenlijk de allereerste scene waarin een van mijn hoofdpersonen magie gebruikte en ik het hele proces dus van dichtbij beschreef. Ik stopte, las terug en zag onmiddellijk waarom mijn schrijfgeest aan de bel had getrokken. In mijn enthousiasme had ik me niet aan de beginselen van de magie gehouden die ik voor mijn wereld heb opgesteld en was vervallen in standaardeffecten die tot de special effects van de meeste fantasyseries behoren.

En dat was nu juist niet de bedoeling.

Het gebruik van magie is een van de belangrijkste aspecten bij het schrijven van een fantasyroman. De reden waarom ik fantasy schrijf – en waarom alle fantasyschrijvers fantasy schrijven – is het gebruik van magie. Een tweede reden is dat je een geheel eigen en alternatieve samenleving kunt opbouwen, natuurlijk, ook niet onbelangrijk. Maar dat dan liefst met magie.

Nu is magie de reden dat de meeste haters van het genre zo op ons neerkijken – dat en Orcs en trollen en elfen, natuurlijk – en als we het genre door de jaren heen bekijken is dat natuurlijk niet geheel en al onterecht. Magie is een beetje gebruikt als de onuitputtelijke special effects generator.  Als de plotmachine die schrijver en personage uit elke moeilijkheid redt. Je kent het wel – vuurballen, stralen energie, aardbevingen op commando, en dat alles afkomstig van die man in die jurk met de lange baard die wat met zijn handen staat te wapperen.

Maar het leuke van magie is juist om het naadloos te integreren in je wereld, zodat het vanzelfsprekend is voor lezer en schrijver.  Zodat het ook je verhaal niet overneemt – een goed verhaal gaat tenslotte over personages niet over magie. Hoe beter je magie aard in wereld en verhaal, hoe geloofwaardig en realistischer het wordt. Er zijn een aantal dingen die je kunt doen waardoor magie je verhaal diepte geeft en tegelijkertijd zorgt voor spanning.

De gevolgen van magie

Wat meestal gebeurt is dat je als schrijver de gevolgen van magie onvoldoende hebt doorgedacht op grotere schaal. Dat gaat als volgt: als een enkele magiër dit al kan, wat dan als er honderd magiërs op de wereld zijn? Of duizend?

Het gebruik van magie onttrekt energie uit de aarde. Wat dan als tien magiërs het tegelijkertijd doen? Of honderd? Of vijf maar dan gedurende jaren? Of eeuwen?

Als magie niet ongewoon is, dan heeft een maatschappij zich daar op ingesteld. Zoals Terry Pratchett een alchemist eens liet zeggen in een van zijn romans: energie opwekken? Waarom zouden we in godesnaam? Voor dat soort dingen hebben we toch gewoon ordentelijke magie?

Er zijn regels en die regels worden consequent doorgevoerd.

Dat betekent dat de regels die voor andere magiegebruikers gelden dus ook voor je personages gelden en dat die dus niet ineens iets heel ongebruikelijks uit de hoge Deus Ex Machina Hoed kunnen trekken om de wereld te redden. Moderne lezers haken dan af – ik tenminste wel. Lezers en personages kunnen samen ontdekken wat wel en wat niet werkt, waarbij duidelijk is dat het personage bepaald niet over goddelijke krachten beschikt, terwijl ze wel net dat extra beetje meer hebben dan de andere inwoner van je wereld. Mistborn van Brandon Sanderson is hier een goed voorbeeld van. Tolkien is een ander voorbeeld. Bij hem is alle magie op de achtergrond, is het duidelijk dat er regels zijn al wordt het nooit helemaal duidelijk wat die regels dan zijn, al weet de lezer al snel dat magie een goddelijke bron heeft.

Er zitten kosten aan het gebruik van magie.

Magiegebruik is dus gelimiteerd en de gebruiker moet dus kiezen: moet ik nu al los of toch nog maar even wachten? Dit wekt spanning op, zeker als de lezer zich van deze beperking bewust is. Er zijn verschillende voorbeelden van welke kosten dat dan kunnen zijn. Magiegebruik kan ingrediënten nodig hebben waardoor niet elke spreuk zomaar op elk moment gebruikt kan worden. In de boeken van Robin Hobb kan de gebruiker zichzelf verliezen bij het gebruik van magie en zichzelf daarmee opbranden. Het meest extreme voorbeeld is Merlijn, die ouder wordt bij het gebruik van elke spreuk.

Als magie geen limiet heeft neemt het vrijwel altijd het verhaal over ten koste van de spanning en de geloofwaardigheid. Voor elke machtige magiër is er een die nog machtiger is of op het punt staat te worden. Als er niets is dat een magiër in theorie niet kan doen, is het dus op enig moment al gedaan. En logischerwijs is dan of de wereld allang vernietigd door een uit de hand gelopen oorlog of de machtigste der magiërs is de baas over de wereld – tot er een komt die ook hem (of haar) van de troon stoot.

De bron van magie.

Magie kan overal vandaan komen:

  • Van de goden, als kracht die aan de gebruiker wordt geschonken.
  • Uit de aarde, als kracht waar vrijelijk over beschikt kan worden.
  • Uit de magiegebruiker zelf.
  • Uit voorwerpen en/of ingrediënten die bereid kunnen worden.
  • Uit bepaald voedsel (waarom niet?)
  • Etc.

De magiër

Wie er toegang heeft tot magie kan per wereld verschillen. Zijn het alleen de nobelgeborenen, die het als een talent erven (Robin Hobb)? Is het een talent dat per toeval aan iedereen kan toevallen? Kan het aangeleerd worden? Kan het door iets of iemand toegekend worden? Hoeveel magiërs zijn er dan per 1000 inwoners – met andere woorden, hoe geloofwaardig is het dat je hoofdpersoon er net op dat moment van het verhaal een tegenkomt?

Magie en maatschappij.

De relatie tussen magie en de wereld is ook iets dat je onder de loep moet nemen voor je gaat schrijven, omdat het de reactie van je personages ten opzichte van magie (of over het beschikken ervan) bepaald. Denk daarbij wel aan het feit dat een maatschappij zelden zo homogeen is als in de meeste slechte fantasy wordt voorgedaan. Binnen een enkel land of regio kunnen er talloze houdingen zijn ten opzichte van magie en magiërs die bepaald wordt door allerhande sociaal-politieke factoren, zoals religie, taboes of decreten van de machthebbers.

Magie gebruiken als schrijver

Een schrijver moet nagedacht hebben over alle elementen die ik hierboven noem. En het vervelende is, je komt er pas achter dat je iets niet voldoende hebt doordacht op het moment dat je die ene spannende scene aan het schrijven bent. Of er halverwege je boek – zoals ik bij de vorige draft van dit boek – iets gebeurt waaruit blijkt dat je het hele plot opnieuw moet doen omdat er onoplosbare plotproblemen zijn ontstaan doordat je dat ene effect over het hoofd hebt gezien.

In mijn geval kwam dat naar voren toen ik las dat ik was teruggevallen op standaardeffecten die niet pasten bij mijn zorgvuldig vormgegeven. Laat ik een analogie gebruiken (om niet teveel te verraden). Stel je hebt een gevaarlijke situatie diep onder de grond, maar gelukkig is een van de personages van dienst een magiër. Maar helaas – het is een watermagiër, die water nodig heeft om mee te kunnen werken (of aarde. Of zonnebloemen. Jullie snappen het wel…). Oeps…

Ik vind het persoonlijk ook interessant – als schrijver en als lezer – om te zien hoe een personage omgaat met het feit dat hij of zij magie kan gebruiken. Wat voor effect heeft dat op hem of haar?

En het is heel makkelijk om de kosten van magie over het hoofd te zien als je het personage in een spannende situatie hebt gebracht, die het nodige vuurwerk nodig heeft – waarna blijkt dat het personage volgens je eigen regels opgebrand is na dit vuurwerk, maar nog lang niet uit de gevaarlijke situatie is ontsnapt. Dat betekent dan: het hoofdstuk opnieuw plotten. En tegelijkertijd eens kritisch kijken naar het systeem dat je bedacht hebt…

 

Een reactie plaatsen

On writing 1: dynamiek in dialoog

Zoals de meesten inmiddels wel weten, ik ben bezig met het schrijven van een fantasyroman voor uitgeverij Luitingh-Sijthoff. Ik loop nogal eens tegen zaken aan die wellicht interessant zijn voor andere schrijvers. Vandaar dat ik op deze plek regelmatig wat zal roepen over wat ik meemaak.

Verdorie, het lukt niet

Zelfs al ben je nog zo goed voorbereid, het komt voor dat het hoofdstuk waar je aan schrijft niet loopt. Je merkt het snel genoeg: het voelt aan alsof je letterlijk door stroop heen moet schrijven, de personages zijn weigerachtig, de dialoog wil maar niet vlotten en om de zoveel alinea’s weet je niet meer waar je naartoe moet.

Dit zijn momenten waarop je serieus ontmoedigd kunt raken. Het lijkt dan alsof het niet meer gaat. Het is juist in deze situaties belangrijk dat je tijdig de beslissing neemt om te stoppen met schrijven, het geschrevene op de afvalhoop gooit en het hoofdstuk opnieuw opzet.

Het probleem is waarschijnlijk (bij mij althans) dat de opbouw die je voor het hoofdstuk gekozen hebt niet de goede is.

Als het goed is heb je het verhaal opgedeeld en werk je toe naar een bepaald einde. Zelfs als je niet zo grondig bent in de voorbereiding als ik heb je als het goed is wel een ruw idee van wat je ongeveer op welke plaats wilt laten gebeuren en welke informatie je moet geven om het verhaal voort te stuwen.

Zelfs als je alles min of meer vooraf hebt uitgedacht is het altijd een verrassing wat er tijdens het daadwerkelijke schrijven precies gaat gebeuren. Het gaat altijd anders dan je bedacht hebt, omdat het creatieve proces zich voor een deel onbewust afspeelt. met andere woorden, je personages gaan aan de haal met het verhaal.

Dat wordt deels veroorzaakt omdat je de personages zo goed kent dat het bepalen hoe ze zich gedragen en wat ze zeggen op een gegeven moment vrijwel automatisch gaat, zodra de context helder genoeg omschreven is en je weet waar je naartoe moet schrijven.

Als dat schrijven dan niet automatisch gaat, ligt het probleem bij (a) dat de context niet helder is en/of niet klopt of (b) je hebt onvoldoende gekeken naar waar je naartoe moet, ofwel, wat er precies in het hoofdstuk moet gebeuren.

Wat er in een hoofdstuk kan gebeuren bestaat uit meerdere elementen:

  • actie
  • expositie
  • interior dialogue
  • dialoog

Daarvoor moet je weten:

  • locatie(s)
  • personage(s)

En natuurlijk:

  • het tijdsverloop
  • afwisseling tussen verdichting en real time (ofwel inzoomen en uitzoomen)

Verdichting is het samenvatten van gebeurtenissen om een bepaalde tijdspanne te overbruggen. In Echte Tijd zoom je in op een bepaalde gebeurtenis die je in zijn geheel beschrijft van begin tot einde in chronologische volgorde. Een hoofdstuk is meestal een mix van beide – hoe die mix eruit ziet hangt af van het soort verhaal en de stijl van de auteur.

Spelen met de verhouding tussen die twee stelt je in staat het tempo van het verhaal op te voeren of juist wat te drukken, al naar gelang je wensen op dat moment. Het is onmogelijk alles in Echte Tijd weer te geven (al komen sommige auteurs dichtbij), zeker in fantasy, dat een hoge informatiedichtheid kent.

De problemen met opbouw en tempo doen zich meestal voor in de stukken echte tijd, dat voor een groot deel uit dialogen bestaat. Het is lastig om een goede dialoog te schrijven, helemaal als je ook nog een hoeveelheid informatie in de dialoog moet verwerken omdat het plot daarom vraagt.

Dialoog is een van de beste manieren om plotinformatie en world building in te vervatten, omdat de personages het persoonlijk maken en dus relevant. Het grote probleem is: hoe creëer ik de juiste context waarin ik op een natuurlijke wijze bepaalde informatie in een dialoog kan verwerken?

Om weer terug te komen op mijn oorspronkelijke probleem, ik bleef hangen in een scene die zich in echte tijd afspeelde. Het gesprek tussen mijn personages liep keer op keer vast. Wat te doen?

Het probleem is op te lossen door naar twee aspecten van een hoofdstuk of een scene te kijken:

Je hebt je personages op de verkeerde plek geplaatst

Bedenk dat de locatie bepalend is voor de sfeer en het verloop van de scenes die je wilt schrijven, zeker bij het verlevendigen van dialoog. Nachtscenes zijn sfeervol, maar leveren weinig mogelijkheid tot het geven van visuele informatie. Personages zien elkaar gezichtsuitdrukking en lichaamstaal ook niet, waardoor dialogen minder emotionele lading kunnen meekrijgen.

In mijn geval was de locatie die ik aanvankelijk gekozen had de kamer waar de hoofdpersoon woont, samen met een ander personage waar ze veel mee samen werkt. Dat bleek een foute beslissing. Er was geen uitzicht naar buiten en de dialoog bleef daardoor steriel en ik vond geen goede aangrijpingspunten om de informatie die ik wilde delen naar voren te brengen.

Vaak is het namelijk het beste als je hooks uit de omgeving gebruikt om bepaalde zaken aan de orde te stellen, zodat je dialoog niet uit de lucht komt vallen. In dit geval vond ik geen natuurlijke manier waarop het onderwerp wat ik aan de orde wilde stellen in de dialoog te vlechten, behalve door gebruik te maken van de oplossing “trouwens, wist je dat…” en dat is vrijwel altijd een slecht idee.

De oplossing was in dit geval de scene te verplaatsen naar een café waar ik de hoofdpersoon aan het ontbijt zette, aan een tafel bij het raam zodat ze naar buiten kon kijken. Dat betekende dat er voldoende aanknopingspunten waren om in een dialoog te vlechten (wat er op straat gebeurt, de gasten in het café, de waard die eten en drinken komt brengen).

Je hebt het verkeerde personages gekozen

Soms kom je erachter dat de personages waar je een scene omheen hebt gebouwd onvoldoende gelegenheid bieden om te zeggen wat je wilt zeggen. Bedenk dat personages met hun achtergrond, motivatie en gedrag in hoge mate bepalend zijn voor hoe een scene zich ontwikkeld. Ze moeten voldoende kennis bezitten over het odnerwerp dat centraal staat in een scene.

In dit geval kwam ik een personage te kort. Nadat ik de locatie had gewijzigd in een café tijdens het ontbijt voegde ik een bepaald personage toe, zodat ik voldoende dynamiek in de scene had om deze te sturen in de richting die ik wilde.

Dynamiek is belangrijk, vooral in scenes met veel dialoog waarin veel informatie wordt gegeven. Je wil de lezer niet het gevoel geven dat je het hoofdstuk gebruikt om een lading info te dumpen. Je moet dus zorgvuldig nadenken over het onderwerp van gesprek en over een zo natuurlijk verloop van het gesprek, waarbij de elzer nooit het idee krijgt dat de schrijver door het personage spreekt. Wat ze zeggen moet passen bij hun persoonlijkheid, hun achtergrondkennis en de manier waarop ze zich normaal gesproken gedragen.

De oplossing was in dit geval een verandering van locatie en het toevoegen van een derde personage. Daarbij liet ik de scene beginnen met de hoofdpersoon die wat zag gebeuren op straat, zodat ze al wat had over na te denken. Dit gebruikte ik als inleiding op het onderwerp dat wat later aan de orde kwam toen de twee andere personages het café binnenkwamen.

Dynamiek creëren

Dit “binnenkomen” wat ik hierboven beschrijf zorgde voor de dynamiek die ik nodig had. De twee bijpersonages kwamen ergens vandaan en hadden wat meegemaakt waar ze over wilde praten. Om technisch te worden, door ze samen te plaatsen ontstonden er verschillende relaties waarmee je in het gesprek kunt werken:

  • De relatie van de hoofdpersoon tot de twee die binnenkomen
  • De relatie van elke van de twee binnenkomende personen met de hoofdpersoon
  • De relatie tussen de twee binnenkomende personen

Dit zorgt ervoor dat je personages op verschillende niveaus op elkaar kunnen reageren, zodat je de hele dialoog en alles wat eromheen gebeurt een zekere emotionele lading kunt geven:

  • de een is boos op de een en teleurgesteld in de ander
  • nummer twee is verlegen, is liever ergens anders en vertoont ontwijkend gedrag
  • nummer drie wil informatie en speelt de andere twee tegen elkaar uit

Als je dit vergelijkt met de situatie die ik aanvankelijk had gekozen (twee personages die stil zitten in een kamer zonder uitzicht) is het duidelijk dat ik in de nieuwe situatie mezelf voldoende aangrijpingspunten biedt om een levendig hoofdstuk neer te zetten, waarbij ik niet alleen veel informatie kwijt kan, maar ook nog eens aan de ontwikkeling en verdieping van de personages kan werken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een reactie plaatsen

Streaming – het moet allemaal anders. Maar hoe?

Een goed stuk in de Wall Street Journal over de gebreken van het streaming music model voor muzikanten. Ik kan het wel helemaal samenvatten, maar het is beter het in zijn geheel te lezen. Ik ben nooit een groot voorstander geweest van het streaming model (of het Spotify voor <vul industrie in>), niet omdat het niet goed zou zijn voor de consument (want dat is het wel), maar omdat het voor zowel de uitgevers als de artiesten/schrijvers niet vol te houden is. Het artikel pleit voor onder meer een herziening van het copyright en dat ondersteun ik van harte. Maar net als met het auteursrecht hier in Nederland weet ik niet goed welke kant die herziening dan op zou moeten.

“For some time, performers a notch below Beyoncé and Taylor Swift have complained about the change in music delivery from CDs to downloads to streaming, today’s dominant system, as the progression has chipped away at their already-modest royalties. These gripes are legitimate, but even worse off is the nonperforming songwriter, who can’t go on the road and sell signed CDs and merch, and who takes home significantly lower royalties.

Desmond Child, the co-writer of Bon Jovi’s “Livin’ on a Prayer,” recently reported that the song had been played 6.5 million times on Pandora over three months, for which he had earned $110. There is also writer and performer Aloe Blacc, whose song “Wake Me Up” by Avicii “was the most streamed song in Spotify history and the 13th-most-played song on Pandora since its release in 2013, with more than 168 million streams in the U.S.,” as he wrote last year in Wired magazine. That yielded only $12,359 in Pandora domestic royalties, which were split among three songwriters and the publishers.

The entire U.S. system of music royalties is confusing, contradictory and inequitable, a monument to more than 100 years of haggling among creators, purveyors and users. To call it Byzantine maligns that great empire.

For one, a musical composition (“the publishing” in music-industry parlance) and its recording (“the master”) receive separate copyrights, with separate licensing systems. There are dramatically different rate-setting mechanisms: Broadcast radio pays royalties for the composition, but nothing for the recording. Digital media—Pandora and satellite radio, for instance—pay for both, but nobody pays for recordings made before 1972, which are not protected under federal copyright law. (They may soon carry a royalty in certain states, thanks to lawsuits filed by former members of the Turtles.) Hardly any music licenses are negotiated in the free market.

It has been 40 years since the last major overhaul to U.S. copyright law. Today’s technologies of music distribution bear no resemblance to those of the 1970s, and songwriters have borne the brunt of the ever-widening disconnect between law and reality.”

Zie verder de Wall Street Journal.

, ,

Een reactie plaatsen

Is zelf-lenen een bedreiging voor de bibliotheek?

Ik had mijn vorige blog nog niet verstuurd of via de Twitters (dank aan Frank Huysmans) bereikte mij nieuws van een prachtig initiatief dat zo eenvoudig en intuïtief lijkt dat ik me zit af te vragen waarom ik er zelf niet op ben gekomen. Peerbieb belooft de eerste peer-to-peer bibliotheek ter wereld te worden – ofwel, een dienst waarmee mensen bij elkaar boeken kunnen gaan lenen. Als idee natuurlijk niet nieuw, maar een prachtig initiatief.

Zei ik in mijn vorige blog al dat de zelf-uitgevers zijn gaan doen wat de uitgevers niet voor hen wilden en konden doen, hetzelfde lijkt nu ook met het uitlenen van boeken te gaan gebeuren. Het is interessant om te gaan zien welke vorm dit precies gaat krijgen, maar het laat zich raden dat dit wel eens negatieve gevolgen kan gaan hebben voor de bibliotheek – waarom lid worden als het gratis via het web kan? Tekenend is dan ook wat de mensen achter dit initiatief er zelf van zeggen:

Lees de rest van dit artikel »

, ,

Een reactie plaatsen

Waarom innoveert het boekenvak niet sneller?

Het is bijna acht jaar na de introductie van de Kindle en we hebben in de tijd die sinds dat belangrijke moment is verstreken een ware revolutie gezien in uitgeefland. Uitgevers zijn massaal hun boeken gaan digitaliseren, zijn begonnen de online wereld te ontdekken, hebben zich gewaagd aan apps – hebben, in het kort, veel geleerd.

Ook voor de consument is er behoorlijk wat veranderd. In plaats van alleen het papieren boek, zijn er nu talloze manieren beschikbaar om de inhoud van een boek tot je te nemen, zijn er talloze apparaten waarop je kunt lezen. Het lezen heeft zich geëmancipeerd: het is voor iedereen mogelijk te lezen waar, wanneer en hoe hij maar wil. En door de langzame prijserosie kunnen we hier nu ook aan toevoegen: tegen elke prijs.

Toch zijn we in Nederland, zeker in vergelijking met het buitenland, nog nauwelijks iets opgeschoten met de innovatie van het boek. Ik ga in onderstaande blog eens een blik werpen op wat hier nu de verklaring voor kan zijn.

Lees de rest van dit artikel »

, ,

Een reactie plaatsen

Giftige e-boekenberg bedreigt de markt

De e-boekenmarkt in de VS lijkt een plafond te hebben bereikt en zich te stabiliseren rond de 25%. De gemiddelde bestsellerprijs is ook al een tijd min of meer stabiel, rond de $8.  Maar het aantal beschikbare boeken blijft onverminderd stijgen en dit zorgt voor een nieuw probleem voor het e-boek (net nu we dachten dat we alles wisten). Dit is het effect dat Mike Shatzkin beschrijft als:

“Ever-growing supply and stable demand is a toxic formula for the prospects of each successive ebook published for that market.”

Het verschijnsel ontstaat nu – en ik zie het bij mezelf – dat mensen stapels ongelezen boeken op hun e-reader hebben staan en dat de impuls om meer te kopen nu langzaam afneemt. En intussen blijven er maar meer e-boeken bijkomen. En dat is niet goed voor de markt.

Lees de rest van dit artikel »

, , , , ,

Een reactie plaatsen

%d bloggers liken dit: